Gerard Grimmon, directeur NV Het Nederlandsche Veem Rotterdam

Gerard Grimmon,info oom van Ad Grimmon en broer van mijn overgrootvader Piet Grimmon, begon zijn carrière als ‘waagdrager’. Hij bracht te wegen goederen van de waag naar de opdrachtgevers. Waagdragers waren verenigd in een waagdragersveem. Gerard Grimmon begon geheel onderaan de professionele ladder en werd uiteindelijk één van de vijf oprichters-directeuren van Het Nederlandsche Veem.
De statutaire oprichting vond plaats op 23 maart 1896;info het bedrijf ging daadwerkelijk van start op 11 mei 1896. In deze nieuwe vennootschap werden de eerder door de oprichters geïnitieerde handelsvennootschappen Bonthoeden- en Klapmutsenveem opgenomen.info Het nieuwe bedrijf was gericht op opslag, bewaring, bewerking, aflevering en expeditie van koopmansgoederen. In de praktijk betrof het met name luxe goederen uit de kolonies, zoals koffie, thee, tabak en cacao; ook werd handel gedreven met Europese landen zoals Portugal en Roemenië. De handel bracht veel verwante activiteiten met zich mee, waaronder het laden en lossen van schepen, de exploitatie van handelsterreinen etc. Het beginkapitaal van de NV in 1896 bedroeg 500.000 gulden (een waarde van ca. 7,2 miljoen euro in 2018); bij aanvang werden 200 aandelen à 250 gulden uitgegeven.


Oranje Nassau Veem Amsterdam, bron: Stadsarchief Amsterdam

Direct na de oprichting van de vennootschap werd een nieuw pakhuis gebouwd aan de Barentszkade in het westelijk havengebied van Amsterdam (Van Diemenstraat 10, nu nr. 410). Het pakhuis, opgeleverd in februari 1898, kreeg de naam Oranje Nassau Veem. Het gebouw werd ontworpen door de Friese timmerman-architect Foeke Kuipersinfo en zijn broer Roelof; Foeke was een leerling van Jaap Klinkhamerinfo en Hein Berlageinfo aan de Quellinusschool die in 1876 door Pierre Cuypers was opgericht.
Maurits Nibbering schreef over het Oranje Nassau Veem: “Beschut gelegen aan de Houthaven met directe toegang tot IJ en Noordzeekanaal, is het gebouw goed bereikbaar voor zeeschepen en dekschuiten. Spoorrails langs de Van Diemenstraat sluiten aan op het rond de eeuwwisseling tot de economische levensader van Europa uitgegroeide spoornet. Electrisch aangedreven kranen en liften, vlakke vloeren van ruime afmetingen met een groot draagvermogen (overal tenminste 3000 kg/m2) zijn standaardvoorzieningen voor een dergelijke moderne handelsinrichting”.info

 
Pakhuis De Eersteling, Rotterdam, links vanaf de Hillelaan (foto 1900), rechts vanuit de Rijnhaven (foto 1913), bron: Rotterdam toen en nu

Uitbreiding van het bedrijf naar Rotterdam en Antwerpen volgde snel. “Toen in 1898 de NV Het Nederlandsche Veem haar bedrijf ook in Rotterdam wilde vestigen en daartoe de firma Borleffs NV in haar bedrijf opnam, was het de heer Grimmon die als directeur naar Rotterdam kwam om het nieuwe bedrijf te organiseren en in ruim 25 jaar opwerkte tot de tegenwoordige omvang”, berichtte dagblad De Maasbode in 1924.info
Namens Het Nederlandsche Veem trad Gerard Grimmon op als opdrachtgever voor de bouw van het nieuwe graanpakhuis De Eersteling, dat op de hoek Rijnhaven O.Z. en Hillelaan zou worden gebouwd – net over de huidige Erasmusbrug.
Het pakhuis werd in 1899 opgeleverd. Spoedig daarna verhuisden Gerard Grimmon en zijn echtgenote Anna Ruhéinfo met hun zes jonge kinderen – geboren tussen 1886 en 1897 – naar het nieuwe, zojuist opgeleverde woonhuis aan de Bergweg 338a in Rotterdam. De oorsprong van de Rotterdamse tak van de familie Grimmon ligt in de komst van Gerard en Anna naar de stad, in 1902.


Bergweg 338A Rotterdam, bron: onbekend

Als lid van de Raad van beheer was Gerard Grimmon in 1916 één van de oprichters van het nieuwe NV Katoenveem Rotterdam. Het kapitaal van de vennootschap bedroeg 1 miljoen gulden (waarde in 2018: ca. 8,5 miljoen euro); er werden 25 aandelen ad 10.000 gulden uitgegeven.info
Grimmon zou zich ook op een andere manier dan als zakenman manifesteren in de stad. Eind negentiende en begin twintigste eeuw was de zogenoemde Schoolstrijd een belangrijke ideologische en politieke discussie in Nederland, die zich uiteindelijk toespitste op de vraag of het bijzonder onderwijs (bestuurd door ouders) al dan niet gelijkgesteld zou moeten worden met het openbaar onderwijs (bestuurd en gefinancierd door rijks- en gemeentelijke overheid). In 1917 werd besloten tot gelijkstelling; in 1920 werd de nieuwe Schoolwet van kracht.
De discussie resulteerde ook in de oprichting van confessionele politieke partijen als opponenten van de liberalen, mede met het oog op de komende wijziging van het kiesstelsel. Sinds 1918 is in Nederland sprake van evenredige vertegenwoordiging in de Tweede Kamer: het aantal uitgebrachte stemmen is evenredig vertaald naar de zetelverdeling. Met deze wijziging in het vooruitzicht werd het ook voor katholieken opportuun om zich politiek te organiseren, en daarbij liet Gerard Grimmon, telg uit een katholieke Amsterdamse familie, zich niet onbetuigd. Hij werd voorzitter van de Heilige Familie, één van de tien parochiële propagandaclubs in Rotterdam (met vergelijkbare benamingen) die streefden naar de vereniging van alle katholieke kiezers in één politieke organisatie. De Maasbode noemde het realiseren van dit streven “een dwingende eis voor het welslagen van de politieke veldtocht die deze zomer onder het nieuwe kiesstelsel gaat ondernomen worden”.info

  
Henri Kuijpers, bron: Biografisch Woordenboek van Nederland

De NV De Courant De Maasbode was een landelijk Rooms-katholiek dagblad dat sinds 1903 werd geleid door de Rooms-katholieke Rotterdammer Henri Kuijpers.info Hij maakte een dagblad van de in 1868 als weekblad opgerichte Maasbode, en “met hem kwam meteen een scheiding tot stand tussen de zakelijke en redactionele leiding, die tevoren in één persoon verenigd waren geweest. Aan Kuijpers viel daarmee de commerciële taak toe. Zijn eerste daad als directeur was het geven van opslag aan het gehele personeel.”info
Op 28 februari 1924 trouwde Henri Kuijpers met Marie Grimmon,info de oudste dochter van Gerard en Anna Grimmon-Ruhé. Ze gingen wonen aan het Koningin Emmaplein 9, kregen drie kinderen en vonden het van belang dat de dienstbode behalve een goede kokkin, ook Rooms-katholiek zou zijn; wellicht adverteerde Anna daarom in de Provinciale Noordbrabantsche en ‘s Hertogenbossche Courant.info 

 
Koningin Emmaplein, Rotterdam, bron: onbekend

Het Koningin Emmaplein, tegenover de huidige Kunsthal langs de Westzeedijk, werd in 1890 gebouwd. Het plein bestaat uit een aaneengesloten rij van vijftien herenhuizen aan een halfovaal plein rondom de, inmiddels fantastische, rode beukenboom die tijdens de bouw werd geplant. Aan de achterzijde grenst het plein aan de historische Tuin Schoonoord, die in 1860 door J.D. Zocher werd ontworpen en die 150 jaar later, hoewel beperkt bekend, nog steeds bijzonder is.
De bouw van het complex aan het Koningin Emmaplein was “een vervolg op het Nieuwe Werk, de eerste planmatige stadsuitbreiding van Rotterdam in de negentiende eeuw onder leiding van directeur W.N. Rose van Gemeentewerken. De aanleg van het Nieuwe Werk betekende de ontsluiting van een nieuw woongebied voor gefortuneerde Rotterdammers, waarbij voor het eerst gedetailleerde gemeentelijke bouwvoorschriften golden”, aldus de informatie op de website Rotterdam Woont, waarop 150 Rotterdamse woonhuizen systematisch zijn gedocumenteerd. Het complex werd door architect J.C. Van Wijk ontworpen in neorenaissancestijl. “Elk herenhuis kreeg een eigen gezicht door middel van een karakteristieke ingang, erker of balkon, en door specifieke kroonlijsten en ornamenten. (..) De woningen waren vooral bedoeld voor gegoede ‘scheepvaartmensen’, zoals reders, bankiers, assuradeuren en kooplieden.” Met Henri Kuijpers en Marie Grimmon kwam daar in 1924 een selfmade dagbladdirecteur bij. “Zijn grootste verdienste ten aanzien van de katholieke emancipatie was bovenal de opbouw van De Maasbode als bedrijf en van het landelijk dagblad van die naam”, constateerde het Biografisch Woordenboek van Nederland. Enkele jaren na het overlijden van Kuijpers, in 1955, werd De Maasbode overgenomen door het Amsterdamse dagblad De Tijd.


Gerard Grimmon en Anna Ruhé, wellicht bij een van de beide afscheidsrecepties van Het Nederlandse Veem die in 1924 zowel in Amsterdam als Rotterdam plaatsvonden. Bron: onbekend

Twee maanden na het huwelijk van zijn dochter Marie, op 29 april 1924, werd aan Gerard Grimmon op eigen verzoek en vanwege zijn gezondheid, “op de meest eervolle wijze” ontslag verleend per 1 juni van dat jaar. Hij was 65 jaar oud.info “In de persoon van de heer Grimmon trekt zich een zeer bekende figuur uit het merkwaardige veembedrijf uit het actieve leven terug. Vijftig jaar in het Veembedrijf, achtereenvolgens bij het Withoedenveem, het Purperhoedenveem en het Bonthoedenveem (later NV Het Nederlandsche Veem) heeft de heer Grimmon meegemaakt de modernisering van het veembedrijf, de ontwikkeling van de corporatie tot de naamloze vennootschap en deze praktisch mede verwerkelijkt”, aldus wederom De Maasbode.info
Na Grimmons pensionering verhuisden hij en Anna Grimmon-Ruhé eerst naar de Avenue Concordia 83 in Rotterdam-Kralingen; later naar Heemstede. Daar overleed Gerard in 1930 en Anna in 1947.


Avenue Concordia, Rotterdam, bron: Avenue Concordia

De NV Het Nederlandsche Veem was in 1896 opgericht voor een periode van 55 jaar – tot 1950. In dat jaar werd het Rotterdamse pakhuis De Eersteling ingrijpend verbouwd en gemoderniseerd. Het skelet van het gebouw is hergebruikt; de buitenwanden zijn geheel vernieuwd.info Het Oranje Nassau Veem in Amsterdam werd een eeuw na de bouw, in 1997, verbouwd ten behoeve van een aantal(culturele) bedrijven en een restaurant. Het gebouw is een Rijksmonument.info De vennootschappen, waaronder het Blauwhoedenveem (later Pakhuismeesteren van de Thee en Pakhoed) zijn opgegaan in Koninklijke Vopak, het grootste onafhankelijke tankopslag bedrijf ter wereld.
In 2000 werd het Koningin Emmaplein in Rotterdam een Rijksmonument.info De gemeente Rotterdam zette de rode beuk op de lijst van monumentale bomen.

© Archief Grimmon, 18 augustus 2019

Print Friendly, PDF & Email