Gemeentelijk architect-intérieur

Door gebrek aan bouwmaterialen en daardoor gebrek aan opdrachten, moesten architecten tijdens de Eerste Wereldoorlog hun zelfstandigheid opgeven en noodgedwongen gaan werken in gemeentedienst, als interieurarchitect of als ontwerper voor een meubelfabriek.info Grimmon deed alle drie.
In deze periode van grootschalige stadsontwikkeling – Plan Zuid van Hein Berlageinfo lag ter vaststelling voor bij de gemeenteraad – huurde de gemeente tal van vaklieden in, in deeltijd of als zzp-er. Bert Grimmon,info de vader van Ad, had zijn timmermanschap al veel eerder ingeruild voor voor een baan als opzichter bij de gemeente.

In 1915 ging ook Ad Grimmon, halve dagen, voor de gemeente werken. Hij begon als opzichter-tekenaar op de afdeling Straatmeubilair van de Dienst der Publieke Werken waar zijn oud-collega’s uit de Cuypers-periode, Jo van der Meyinfo en Piet Kramerinfo inmiddels leidinggevende posities bekleedden.

Het Archief Grimmon bevat een tekening van Ad Grimmon van een gebouw, waarop zijn initialen staan plus de tekst School voor Gewoon Lager Onderwijs aan de Nieuwe Teertuinen en Sloterdijkstraat. Het Stadsarchief van Amsterdam bevat een foto van de  Bickersschool die Publieke Werken rond 1915 heeft gebouwd. Het is onmiskenbaar de school die Grimmon tekende; enkele details zijn iets anders uitgevoerd. Grimmon werkte in deze tijd ook aan het woonhuis aan de De Lairessestraat.

Het Stadsarchief biedt een beeld van Publieke Werken in de periode waarin Grimmon er werkte: de bevolking van Amsterdam groeide sterk, van 270.000 (1870) tot 400.000 (1889) tot 565.000 (1907) en 725.000 (1927) inwoners. Ter vergelijking: in 2014 woonden er 810.000 mensen in Amsterdam. Het verkeer werd drukker, er kwamen elektrische trams en auto’s, de paardentram verdween in 1925. De stadsontwikkeling verliep via Publieke Werken. De gemeente leverde de bouwterreinen en voerde het erfpachtstelsel in. In 1907 had zij een grondbezit ter waarde van 15 miljoen gulden (een waarde van ca. € 170 miljoen in 2013), in 1926 was dit 125 miljoen (ca. € 2 miljard in 2013). Voor de administratie van de gronden werd het Grondbedrijf opgericht bij Publieke Werken. In Amsterdam Zuid, de Indische buurt en de Transvaalbuurt werden gronden onteigend en aangekocht. De Dam werd verruimd, de Mozes- en Aäronstraat en de Vijzelstraat werden verbreed en de krotten op Uilenburg gesaneerd. Er werden bruggen, scholen, politiebureaus, sportterreinen en kinderspeelplaatsen gebouwd. In de periode 1907 tot 1926, waarin Ad Bosinfo directeur van Publieke Werken was, werd er ruim 40 hectare aan parken en plantsoenen aangelegd, naast wegen, kanalen en rioleringen. Met de Spoorwegen breidde Amsterdam het spoornetwerk met bijbehorende viaducten uit. De stad werd volledig opgemeten en op schaal 1:1000 in kaart gebracht.

Organisaties zoals Architectura et Amicitia, de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunstinfo en de Bond Heemschutinfo protesteerden tegen de ruimtelijke ontwikkelingen; ze vonden de veranderingen in het stadsbeeld te drastisch. In reactie hierop benoemde PW directeur Bos Jo van der Meyinfo als esthetisch adviseur van de gemeente met Piet Kramerinfo als diens assistent, “ter versterking van de artistieke krachten.” Evenals Grimmon waren ook zij geen ambtenaar en hadden ze een aanstelling ‘in tijdelijke dienst’ voor halve dagen.
In 1915 reorganiseerde Bos de Dienst der Publieke Werken. Van der Mey zou de afdeling Straatmeubilair aansturen, inclusief de bruggen, die Bos als een “logische voortzetting van het ameublement van de straat” beschouwde. Dat diende zowel functioneel te zijn als goed vormgegeven te worden. Kramer werd esthetisch adviseur van de afdeling Bruggen van Publieke Werken. Grimmon kreeg, nadat hij een cursus Hoger Bouwkundig Onderwijs had gevolgd, de leiding over de gemeentelijke afdeling Afwerking Gebouwen.info Vanaf 1916 moesten alle gemeentebedrijven hun werken door Publieke Werken laten uitvoeren.

De gemeente was begin vorige eeuw nog opdrachtgever van alle publieke gebouwen: scholen, ziekenhuizen, politiebureaus, postkantoren, bibliotheken, loodsen enzovoorts. Inmiddels zijn deze bouwopgaven vergaand geprivatiseerd onder de noemer ‘maatschappelijk vastgoed’. Voor de toenmalige publieke gebouwen ontwierp Grimmon de interieurs.
Jan Gratamainfo belichtte Publieke Werken in een themanummer van Wendingen in 1923; zijn redactioneel begon als volgt: “Het geeft een merkwaardige kijk op onze bouwcultuur dat de gemeente Amsterdam geprezen moet worden omdat zij haar overheidsbouw goed verzorgt. Immers, het meest vanzelfsprekend zou zijn dat de gemeentelijke bouw in grote en kleine plaatsen tot het beste behoort wat gemaakt kan worden. Deze bouw toch, meestal gelegen op belangrijke, gemakkelijk bereikbare punten, speelt én door zijn ligging én door zijn culturele betekenis een voorname, ja vaak overheersende rol in het stads- of dorpsbeeld, terwijl zijn inwendige en uitwendige architectonische verzorging duidelijk laat zien op welk peil de overheidszorg staat. De publieke gebouwen geven, meer nog dan de particuliere, een goed beeld van wat een tijd op architectonisch-scheppend gebied vermag; zij behoren daarom, gebouwd door de beste talenten, de trots van de gemeente en haar ingezetenen te zijn.”info

Het Genootschap Architectura et Amicitia (AetA) uitte in 1923 kritiek op het beleid van Publieke Werken, dat nooit de namen van de architecten vermeldde bij afzonderlijke projecten van de dienst.info In het themanummer van Wendingen over Publieke Werken van datzelfde jaar noemde Gratama de namen van alle betrokken architecten bij de afgebeelde projecten: Allard Hulshoff (hoofd van de afdeling),info Nico Lansdorp,info Ben Lubbers,info Th. Luyken,info Piet Marnette,info Ed Messerinfo en Arend Westerman,info maar gaf daarbij niet aan wie welk gebouw had ontworpen. Wel schreef hij dat Grimmon als ‘architect-intérieur’ van de gemeente verantwoordelijk was voor het interieurontwerp van alle in dit themanummer afgebeelde bouwwerken.info Dat de architectuur van de schoolgebouwen overwegend het stempel van de Amsterdamse School draagt komt volgens het rapport Schoolvoorbeelden van Bureau Monumenten Amsterdam omdat Allard Hulshoff architecten aantrok die in deze vormentaal ontwierpen.info
De gebouwen die in Wendingen, nr. 5, 1923, zijn gedocumenteerd, en waarvoor Grimmon het interieur ontwierp en uitvoerde zijn:

  • de School voor Buitengewoon Lager Onderwijs aan de Haarlemmer Houttuinen;
  • de Gewone Lagere School aan de Cornelis Krusemanstraat 10, nu school De Kleine Nicolaas (Rijksmonumentinfo)
  • de Dubbelschool voor Gewoon Lager Onderwijs aan de Jan Lievensstraat /  Smaragdplein 5, op het binnenterrein van het blok tussen de Saffierstraat, de Diamantstraat, de Granaatstraat en de Jan Lievensstraat. Op nr. 3 was de Karel du Jardinschool gevestigd, op nr. 5 de Jan Lievensschool; later hadden de scholen ander namen. Sinds 2004 is de Islamitische basisschool El Arqam in de beide scholen gevestigd
  • de Dubbele Gewone Lagere School op Uilenburg aan de Nieuwe Batavierstraat 2, de Oudeschansschool, later Jonas Daniël Meijerschool, nu Openbare Basisschool De Witte Olifant (gemeentelijk monumentinfo)
  • de Houten Hulpschool voor Gewoon Lager Onderwijs aan het Y-Bosch, de Volewijckschool aan de overzijde van het IJ. Deze noodschool stond aan de rand van het jonge Y-Bosch op de hoek Meeuwenlaan en Nieuwendammerdijk; het gebouw is later verplaatst naar Meeuwenlaan 138-140. Het Y-Bosch was in 1912 ontworpen door Ad Bos,info directeur Publieke Werken, samen met architect en stedenbouwkundige Jos Klijnen.info De bedoeling was om met dit bos in Amsterdam-Noord “vrije natuur te scheppen waaraan onze stad zo’n behoefte heeft.” Het Y-Bosch werd later vernoemd naar zijn initiatiefnemer, gemeenteraadslid Willem Vliegen,info en heet sindsdien W.H. Vliegenbos
  • de Bibliotheek van het Hygiënisch Laboratorium Oosterpark (het Laboratorium voor Gezondheidsleer) aan de Mauritskade 57. Het laboratorium werd in 2015 verbouwd door vastgoedontwikkelaar COD en begin 2016 opgeleverd als de Amsterdamse vestiging van de Britse keten Generator Hostels
  • de Rouwkamer in het bijgebouw van het Tesselschade Ziekenhuis aan de Tesselschadestraat 1, het latere hoofdkantoor van het Gemeente Energie Bedrijf G.E.B., inmiddels verbouwd tot appartementen
  • het Bemalingsgebouw Binnendijksche-Buitenveldersche Polder in Amstelveen (Gemaal Stadwijck) ten oosten van de Amstelveenseweg, Amsteldijk 272 (gemeentelijk monumentinfo)
  • de Loodsen aan de Oostelijke Handelskade
  • het Gemeente Badhuis Andreas Bonnstraat 28 / Boerhaaveplein. Dit badhuis was het eerste, vrijstaande gebouw dat als badhuis werd ontworpen, door Arend Westerman.info Vanaf 1986 was het gebouw in gebruik als buurthuis, nu is het Badhuistheater er gehuisvest.

Foto’s van het Gemeente Badhuis aan de Andreas Bonnstraat werden, samen met die van een heel aantal andere bouwwerken, door de afdeling Gebouwen der Publieke Werken Amsterdam ingezonden voor de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1925. Het Nederlandse Paviljoen aldaar was ontworpen door Frits Staalinfo en ingericht door Hendrik Wijdeveld;info de Nederlandse inzending werd onderscheiden met een Grand Prix.

Grimmon was vanuit Publieke Werken ook betrokken het Laboratorium Physica van de Universiteit van Amsterdam, het Politiebureau voor het Verkeerswezen aan de Overtoom, de Burgemeesterskamer en de Trouwkamer Eerste Klasse in de nieuwe vleugel van het Stadhuis, het eerste Meisjeslyceum aan de Reijnier Vinkeleskade, het Röntgengebouw van het Universitair Ziekenhuis Wilhelmina Gasthuis en het Stationsgebouw Schiphol.
In 1928 verliet hij de gemeentelijke dienst en richtte hij zijn eigen architectenbureau op.info

© Archief Grimmon

Print Friendly, PDF & Email