Kunstnijverheid en volksvlijt

Naast zijn parttime werk voor de gemeente Amsterdam bleef Grimmon, als zzp-er, meubelmaker. In 1918 nam hij deel aan de grote tentoonstelling van de Zuid-Hollandsche Vereeniging tot Bevordering van Kunstnijverheid en Volksvlijt, die plaatsvond in de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen aan de Coolvest (de huidige Coolsingel) in Rotterdam. In totaal 257 ontwerpers, onder wie Hildo Kropinfo en Karel de Bazel,info stuurden werk in. Grimmon exposeerde een houten kastje.

Ten onrechte is in de tentoonstellingscatalogus opgenomen dat Grimmons echtgenote Toos er exposeerde.info Volgens deze catalogus zond J. Grimmon, elders daarin “Riek van der Grimmon” genoemd, “waarschijnlijk werk in omdat haar man, interieur- en meubelontwerper, toen tot de inzenders behoorde”. Hier is handwerklerares Riek (Catharina Adriana) van der Veen-Grimmon, een nicht van Ad Grimmon en dochter van zijn oom Joop, verward met journaliste Toos (Catharina Geeertruda Maria) Grimmon-Brondgeest. Hierdoor wordt zij in publicaties tot een eeuw later telkens ‘handwerkster’ genoemd.info

Veel van de inzenders voor de Rotterdamse tentoonstelling waren lid van de Vereeniging van Ambachts- en Nijverheidskunst (VANK), vakbond van vooruitstrevende ondernemers die culturele vernieuwing nastreefden. Daarmee volgden ze de Britse Arts and Crafts Movement, met John Ruskininfo en William Morrisinfo als invloedrijkste betrokkenen.
Frederike Huygen zette uiteen hoe Nederlandse ontwerpers die voor de Eerste Wereldoorlog naar Duitsland gingen, daar tot hun grote verrassing toen al werden geconfronteerd met een ver gevorderde industrialisatiepraktijk en met de Deutsche Werkbund, waarin niet alleen ontwerpers, maar ook industriëlen vertegenwoordigd waren.info

In 1918 besprak criticus en kunstenaar Reinier de Vriesinfo de Rotterdamse Tentoonstelling van Kunstnijverheid en van Volksvlijt in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift.info Hij noemde de ingezonden werken sprankelend, maar vond ook dat ze geen goed beeld gaven van de Nederlandse kunstnijverheid: er was “teveel sprake van zeer ongebonden ornamentiek onder invloed van Duitse en Oostenrijkse ontwikkeling.” De invloeden van de Oostenrijkse productiegemeenschap Wiener Werkstätte en industriële productie zouden ten koste van schoonheid gaan. “De namen van velen, hier wel aanwezig, zullen de volgende week vergeten zijn,” schreef De Vries.

Een jaar later, in 1919, nam Grimmon met tal van kunstenaars en ontwerpers deel aan de Jaarbeurs voor Kunstnijverheid die gedurende de maand november plaatsvond in het Stedelijk Museum. De tentoonstelling werd georganiseerd door de Maatschappij voor Beeldende Kunsten, gevestigd aan de Herengracht 495 in Amsterdam. Grimmon zond foto’s in van zijn meubelontwerpen.info 

© Archief Grimmon

Print Friendly, PDF & Email