Lafedons Gaarlem

In 1993 werd ‘een portret van de architect A.A.M. Grimmon’ geveild door Christie’s Amsterdam. Het was op de veiling gebracht door Kunstmakelaardij Metzemaekers uit Osterwijk en linksonder gedateerd en gesigneerd met ‘Lafedons Gaarlem 1932’.info
Dit portret vormde de aanleiding voor de herontdekking van Ad Grimmon en daarmee de basis voor dit Archief Grimmon.
Bij de veiling werd het portret namens het Amsterdam Museum door Bert Vreeken aangekocht voor fl. 920 (ongeveer € 400) aangekocht. Wie het ter verkoop bij Metzemaekers heeft aangeboden is nog niet bekend.

In 2013 zag ik het portret voor het eerst. De merkwaardige signatuur leek me een anagram met verwijzing naar Haarlem. Ik kwam er niet uit totdat ik zag dat het Amsterdam Museum op zijn website niet alleen ‘Lafedons’, maar ook ‘Lafadons’ vermeldde.
En toen stond het er ineens:

1932 Anagram S

A. Alfons, dat moet A(driaan) Alphons(us Grimmon) zijn, en dan was G. de la Mar de maker.
In 1945 namen Fien de la Marinfo en haar echtgenoot, aannemer en architect Piet Grossouw,info het initiatief om de voormalige Spieghelschool aan de Marnixstraat 404 te verbouwen tot theater voor Fien. Ik had me afgevraagd hoe Grimmon, zo kort na de oorlog, aan de zo persoonlijke opdracht zou komen voor het interieurontwerp van dit theater; hij moest zijn opdrachtgevers voor die tijd hebben gekend.info “Grimmon moet bevriend geweest zijn met Fientje, dat kan niet anders”, zei ook Wilma Schuhmacherinfo toen ik haar sprak over de oorlog. Inmiddels is duidelijk dat Grimmon en Grossouw elkaar toen al meer dan tien jaar kenden; ze maakten in 1936 samen het Circus Kavaljos bij de Hollandsche Manege.info Het theater werd in 1947 geopend en vernoemd naar de indertijd beroemde regisseur Nap de la Mar, vader van Fien.

Geer de la Marinfo was vertegenwoordiger en woonde aan de Kleverlaan 10 in Haarlem. In 1912 vertrok hij naar Amsterdam, waar hij meubelmaker werd, trouwde en aan de Keucheniusstraat 10 ging wonen. Goed denkbaar is dat hij Grimmon kende; Amsterdam was niet groot, iedereen in het vak kende elkaar. Grimmon woonde en werkte decennialang in de nabijheid van het Leidseplein; het Theater ligt op een steenworp afstand om de hoek. Geer de la Mar kan betrokken zijn geweest bij de projecten tijdens Grimmons werk voor de gemeente, of bij de uitvoering van zijn meubelontwerpen. De prototypen voor het UMS aanbouwmeubilair werden in hetzelfde jaar gemaakt als het portret.
Volgens een achterneef werd Geer de la Mar ‘Nap’ genoemd, naar Fiens vader Nap de la Mar.info Neef Geer (‘Nap’) en nicht Fien (dochter van ‘Nap’) moeten contact met elkaar hebben gehad. Geer kon erg goed tekenen; het portret moet, ook gezien het pseudoniem waarin de namen van de maker en de geportretteerde zijn verweven, een gelegenheidswerk zijn geweest.info
In 1947 woonde Geer de la Mar weer in Haarlem, aan de Orionweg 114.

Het portret bevindt zich in het depot van het Amsterdam Museum dat toen ik het in 2013 bezocht nog maar kort gevestigd was aan de Back-Upstraat, om de hoek van de Toetsenbordweg in Amsterdam. Het is sinds de aankoop nooit tentoongesteld en er was bij het museum geen verdere informatie over bekend. De achterzijde van de lijst getuigt van timmermansvakwerk. Duidelijk zichtbaar is dat er een tekenaar aan het werk is geweest. Het is inderdaad gesigneerd met Lafadons Gaarlem 1932.
Frans van Burkom wees er na mijn ontrafeling van het anagram op dat “het schrift waarin Lafadons Gaarlem ‘signeerde’, dat het ‘Duitsachtig’ veristische realisme van het portret van Grimmon zo knap ondersteunend suggereert, Fraktur heet. Het door De la Mar gebruikte schrift is er de cursieve vorm van, in de wandeling ‘gotisch Duits’ geheten.”info 

Op 8 januari 2014 was ik in de buurt van de oude Lederfabriek aan de Almijstraat – genoemd naar de oude Amsterdamse Leder Mij. – in Oisterwijk en besloot te gaan kijken wat er nog van de fabriek te zien was. Otto Triebel had als huisarchitect een aantal gebouwen voor de fabriek ontworpen in de periode 1925 en 1928. Hierna werkte hij met Grimmon aan de villa in Tilburg, waar Max Weilinfo als directeur van de fabriek zou gaan wonen. 
Juist op de dag dat ik de oude fabriek bezocht, werden er een aantal nieuwe gebruikers van De Leerfabriek welkom geheten in het kader van de herontwikkeling door de gemeente Oisterwijk en de provincie Noord-Brabant. Het fabrieksterrein wordt een locatie voor bedrijven en evenementen. Ook het ketelhuis was toegankelijk. Daar stond tot mijn verrassing onmiskenbaar de stoommachine die is afgebeeld op de achtergrond van het portret van Grimmon, nog in dezelfde positie in de ruimte en onder dezelfde ramen als op het schilderij. Zes van de gebouwen van op het fabrieksterrein zijn Rijksmonumenten; bij het machinegebouw met ketelhuis zijn de generator en de stoommachine, die indertijd de grootste van Europa was, daarbij inbegrepen.

Op 2 januari 2017, bijna vier jaar na mijn eerste kennismaking met het portret, werd de website van het Archief Grimmon met stijgende verbazing gelezen in Potsdam. Dit moment zou een heel nieuw licht op het portret en het anagram werpen – met onder meer een nieuwe pagina in het Archief Grimmon die is gewijd aan Piet Grimmon en een over de veiling van het schilderij bij Christie’s in 1993.

© Archief Grimmon

Print Friendly, PDF & Email