Molenpad

Vanaf 1930 woonde Ad Grimmon samen met Joop van Dijkinfo aan de Vondelstraat 98. Na de formele scheiding van Toos Brondgeest,info die pas in 1938 plaatsvond, hertrouwde Grimmon met Joop. Het huwelijk vond in 1939 plaats in het Stadhuis van Amsterdam, wellicht in de door Grimmon ontworpen Trouwkamer Eerste Klasse.
Vanaf 1937 woorden Ad en Joop op de eerste verdieping van de leegstaande Bosboom Toussaintschool aan het Molenpad 17, hoek Prinsengracht, die zij huurden van de gemeente Amsterdam. Grimmon verbouwde er drie klaslokalen tot woon- en werkruimte.

Joops vader, die sympathiseerde met het communisme, zag in Grimmon een verderfelijke kapitalist. Het riante nieuwe woonhuis kan aan die indruk hebben bijgedragen. De inrichting was uiterst modern. Grimmon schilderde de muren wit en bouwde flinterdun betonnen meubilair en plantenbakken in. Voor de ramen hingen rolgordijnen in plaats van vitrages, tussen de voormalige klaslokalen werd een harmonicadeur geplaatst. Op de kale houten plankenvloer in de woonkamer kwam een los tapijt en in de werkkamer – die Grimmon ‘denkkamer’ noemde – een ronde, marmeren dansvloer. Aan de wand van het atelier hing een zeer grote schildering op paneel, met een raster van tal van kleuren naast elkaar, waarschijnlijk Plan Grimmon.info
Grimmon bezat een aantal kunstwerken van John Rädecker,info waarvan er enkele te zien zijn op de foto’s die Rädeckers goede vriendin Eva Besnyöinfo maakte, met Joop op de betonnen bank en daarnaast de Plywood Armchair. Dit was een ontwerp van Gerald Summers uit 1933 (in productie genomen vanaf 1935), geïnspireerd op de Paimio stoel die de Finse ontwerper Alvar Aalto eerder dat jaar in Londen presenteerde. Grimmon kocht deze – ook toen al – zeldzame stoel wellicht bij Metz. Ook bezat hij een zwarte Rietveldstoel.

In de werkkamer zijn, achter Grimmon, foto’s van de Tilburgse Villa Weil te zien, dezelfde foto’s die bij de tentoonstelling van AetA aan de wand hingen. Enkele van Besnyö’s foto’s zijn opgenomen bij Grimmons artikel ‘Zin van de Woning’, dat hij 1941 over zijn verbouwing publiceerde in Bouwkundig Weekblad (zie onder).[myqtip title='Grimmon (1941)']info Ook Cor van Weeleinfo fotografeerde het moderne interieur van Ad en Joop Grimmon.

Ad Grimmon overleed op 1 juni 1953 in het huis aan het Molenpad, 69 jaar oud; hij werd gecremeerd in Driehuis Westerveld. De volgende veertig jaar bleef Joop aan het Molenpad wonen. Ook zij is thuis gestorven, in 1993; ze werd 88. Na haar dood zijn de kunstwerken van John Rädecker en een aantal meubelstukken die Grimmon ontwierp, geveild bij Christies in Amsterdam.info
In de woning is nadien een sportschool gevestigd; alleen de nis tussen de beide kamers aan de gracht herinnert nog aan Grimmons verbouwing. Daarin bewaarden Ad en Joop Grimmon hun verzameling kleurrijke objecten.

Zin van de woning, A.A.M. Grimmoninfo
De architect geeft vorm aan de woning en bepaalt in grote lijnen de inrichting. In de meeste gevallen moet hij de voltooiing van zijn werk aan de hoede van anderen toevertrouwen, en op het moment dat met de fijne en dankbare afwerking en inrichting kan worden begonnen, wordt hij vervangen. Zijn arbeid is nu eenmaal voorbereidend, en die voorbereiding brengt mee dat hij op de hoogte moet zijn van de uiteindelijke vormgeving van de woning, de vormgeving waaraan hij wegens zijn begrensde opdracht meestal niet toekomt doch welke niettemin zijn volle belangstelling heeft.
Als men naar de zin en het doel van de woning vraagt en in verband hiermee de verschillende achter ons liggende woningstijlen beschouwt, ziet men een sterke afwisselende bonte rij van ontwikkelingstypen. Steeds veranderde de woning en de inrichting. Nieuwe ideeën, nieuwe staatsvormen, nieuwe materialen en vervaardigingswijzen vonden hun weerkaatsing in de woning. De veranderde woning ontstond uit een inwendige drang om vooral in het tijdsverband te blijven passen, uit een zucht om de invloeden van buiten te keren of om hetgeen als afgedaan beschouwd werd, de rug toe te keren. De woning is ontstaan uit de noodzakelijkheid zich veilig te stellen tegen de invloeden van buiten, tegen koude en regen, en tegen indringen van vreemden. De mens heeft rusteloos aan de verbetering van de woning gewerkt, eerst bewust uit bittere noodzakelijkheid, doch later, toen de grondbegrippen van het veilige wonen bekend waren, uit een streven naar verfijning en symboliseren van secondaire woonbehoeften. Omdat deze laatste veranderlijk zijn, geeft de woning nog steeds het beeld van aantrekken van nieuwe vormen, die op eigenheid worden getoetst en wanneer zij vreemd blijken te zijn, weer verdwijnen.
Wij hebben tijden meegemaakt, waarin men den zin van het wonen niet meer begreep. De bedoeling is toch een harmonisch verband tussen mens en huis te vinden, het huis tot een rustige en natuurlijke omgrenzing van den mens te maken. Het huis mag zeker niet een verlengstuk van de omringende wereld zijn. Het glazen huis is in tegenspraak met zichzelf. De deur reeds werkt als een zeef, waardoor men ongewenste en gewenste bezoekers van elkaar kan scheiden.
Wij hebben nog steeds niet geleerd juist te wonen. Goed wonen is een kunst, een kunst welke moeilijker en meer omvattend is dan men oorspronkelijk geloofde, vooral omdat oude gewoonten en ook vooroordelen in ons voortleven waarvan wij niet zonder meer afstand kunnen doen. Maar juist deze dingen zijn zo moeilijk te beoordelen, het is zo moeilijk te ervaren of zij in betrekking staan tot verkeerd of juist wonen.
In elk geval ontleent de woning van onze tijd niet meer haar karakter uitsluitend aan het verleden. Het verleden kan ons een leerschool zijn, het is een onveranderlijk voorbeeld. Maar de toekomst heeft voor ons meer betekenis dan hetgeen achter ons ligt, de blik moet vooruit zijn gericht. Een nieuwe tijd wordt voorbereid, ook een nieuwe woonstijl zal ontstaan. In het eenvoudige en het natuurlijke vinden wij steeds de basis terug, niet alleen om het waardegevende leven te ontdekken, maar ook om tot een gezonde woonwijze en woonstijl te geraken.

© Archief Grimmon

Print Friendly, PDF & Email