Oorlog

Grimmon was 56 jaar oud toen de oorlog uitbrak. Net als veel van zijn vakgenoten had hij geen werk, dat was er nauwelijks. Hij meldde zich op 25 februari 1941 aan als lid van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA);info met Villa Weil en Polak Frutal Works had hij inmiddels immers architectuuropdrachten uitgevoerd. Vervolgens richtte hij zich op de publicatie van artikelen over moderne architectuur in Bouwkundig Weekblad die hij illustreerde met eigen ontwerpen;info Eva Besnyöinfo maakte de foto’s.

In zijn artikel over het ontwerp voor Frutal Works schreef hij: “Niet in het minste een streven naar heroïek, geen ‘Dome der Arbeit’, geen verspilde kracht. Alles afgewogen, formeel-koel, beheerst, klassiek van houding. Betonskelet zorgt voor schematische eenvoud, vullingen van gepleisterde baksteen brengen meer wanden dan muren. Door het onzichtbaar houden van de technische samenstelling in wezen een bekledingsarchitectuur met mooie materialen in fijne kleuren. Een architectuurrichting die vaag verband houdt met vroegere en andere uitvindingen, herinneringen, dooréénvlechtingen, oude Italianen, Puvis de Chavannes, pleisterarchitectuur van moderne Duitsers: onbewogen ook, in de sociale golven. Een architectuur van genietend proeven.”info
Het volgende artikel ging over het moderne wonen, naar aanleiding van het ontwerp van zijn eigen woonhuis aan het Molenpad. “Het verleden kan ons een leerschool zijn, het is een onveranderlijk voorbeeld. Maar de toekomst heeft voor ons meer betekenis dan hetgeen achter ons ligt, de blik moet vooruit zijn gericht. Een nieuwe tijd wordt voorbereid, ook een nieuwe woonstijl zal ontstaan. In het eenvoudige en het natuurlijke vinden wij steeds de basis terug, niet alleen om het waardegevende leven te ontdekken, maar ook om tot een gezonde woonwijze en woonstijl te geraken.”info 

Deze teksten, die werden gepubliceerd tijdens de Duitse bezetting, riepen bij mij vragen op over Grimmons houding in de oorlog. Zijn naam bleek voor te komen in een vonnis van de Eereraad voor Cultuur, die in 1945 het gedrag van kunstenaars tijdens de Duitse bezetting doorlichtte. Enkele maanden nadat Grimmon zich had aangemeld als lid van de BNA brachten de Duitsers de BNA als geheel bij de Nederlandsche Kultuurkamer onder, die in 1942 werd opgericht.info Grimmon heeft zich nooit aangemeld voor de Kultuurkamer, maar hij en zestig collega’s zegden hun BNA-lidmaatschap niet op, waardoor zij op indirecte wijze toch lid van de Kultuurkamer werden. Na de oorlog werden zij berispt voor hun passieve gedrag.info
Het vonnis bevat een aantal bekende namen, van onder meer de architecten Marius Duintjer,info Sam van Embden,info Jan Gratama,info Chris van der Tak,info Sybold van Ravesteyninfo en, zeer pijnlijk, Chris Lebeau.info Lebeau, met wie Grimmon aan de Amsterdamse Trouwkamer had gewerkt, was actief in het verzet. Hij was in 1943 opgepakt en stierf in april 1945 in Dachau, vier maanden voordat de Eereraad zijn uitspraak deed.

Ik besprak mijn vragen met Wilma Schuhmacher,info koerierster in de oorlog, die Grimmon meermaals had ontmoet bij de familie Polak in de Amersfoortse Villa Grasheuvel. “Je werd lid van de Kultuurkamer, Kultuurkammer zeiden wij. Dat moest. Een schilder kon wel schilderen, maar als je weigerde mocht je niet exposeren. Een architect mocht niet bouwen. Bouwen en toneelspelen kon niet als je daar geen lid van was. Schrijven wel, schrijvers ondertekenden niet, maar ze waren meestal wél fout. Of iemand lid was van de Kultuurkamer zegt niets over of iemand goed of fout was.”info
Voor de gang van zaken bij de Eereraad voor Cultuur verwees Schuhmacher naar het proefschrift van Claartje Wesselink over kunstenaars tijdens de oorlog, dat ten tijde  van ons gesprek nog niet was gepubliceerd.info

Schuhmacher herinnerde zich Grimmon goed. Toen zijn artikel over de fabriek van Polak in 1941 werd gepubliceerd, dachten veel mensen nog dat bezetter en bezetting mee zouden vallen, aldus Schuhmacher; samenwerking met de Duitsers werd door de Nederlandsche Unie gepropageerd. De Nederlandsche Unie was een initiatief van onder meer Jan de Quay,info die na de oorlog toch minister-president kon worden.
“Het rare bij Grimmon is die zin over de toekomst”, zei Schuhmacher, “Misschien had hij boter op zijn hoofd. Maar hij had natuurlijk ook die correspondentie met Ostwald.” Daarmee doelde ze op contacten van Grimmon met betrekking tot moderne ontwikkelingen in architectuur en vormgeving in het vooroorlogse Duitsland. “Grimmons houding kun je op zijn hoogst wat slap noemen. En, met nadruk weggaan uit zo’n organisatie [BNA] bracht risico’s met zich mee, of die nu meer op vrees dan op realiteit berustten, is irrelevant.”info
Sommigen spraken zich wel uit, zoals actrice Fien de la Mar,info een goede bekende van Grimmon. Ze was half Joods en mocht daarom aanvankelijk blijven optreden; toen zij later toch lid van de Kultuurkamer moest worden weigerde ze dat openlijk. John Rädecker,info met wie Grimmon zijn leven lang bevriend was en met wie hij ook zijn hele leven samenwerkte, was eveneens fel anti-fascist. In 1947 zouden Fien de la Mar en haar echtgenoot Piet Grossouw – met wie Grimmon eerder het Circus Kavaljos maakte – aan Grimmon de opdracht geven voor het interieurontwerp van hun Theater DeLaMar.

In 1942, het jaar dat de deportaties op gang kwamen, verscheen het derde artikel van Grimmon in het Bouwkundig Weekblad, over zijn verbouwing van Modehuis Hirsch aan het Leidseplein. Bij Hirsch was na deze verbouwing een beheerder aangesteld; de Joodse directie was gedwongen te vertrekken. Al in mei 1941 stierf directeur Arnold Kahninfo in Buchenwald; het Joodsche Weekblad had op 6 juni 1941 een rouwadvertentie gepubliceerd; ruim een half jaar voordat Grimmons artikel over de verbouwing verscheen. Schuhmacher wees er op dat de productie van een tijdschrift indertijd veel tijd in beslag nam. Ze voegde hier aan toe: “In 1941 was de Engelse overwinning ook lang niet zeker, en Grimmon heeft dat artikel duidelijk eerder dan de publicatiedatum geschreven, hij ging dus mee met de rest. Extra kwalijk moet men dat niet vinden.”info

David Keuning doet onderzoek naar de houding van architecten tijdens de Tweede Wereldoorlog.info Uit het BNA Archief kwam naar voren dat de Eereraad Grimmon had verboden om tot 1 januari 1948 lid te zijn van een beroepsvereniging en om te publiceren over zijn vakgebied; hij was lid geweest van het Technisch Gilde.info
Keuning vond een dun dossier van Grimmon bij het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging waaruit blijkt dat Grimmon zich enkele jaren later, in 1948, moest verantwoorden voor zijn lidmaatschap van het Technisch Gilde en voor het feit dat hij nog bij Hirsch werkte terwijl daar al een Duitse Verwalter was aangesteld.
Het Bijzondere Gerechtshof Amsterdam stelde op 21 mei 1948 een proces verbaal op waarin Grimmon verklaarde dat zijn voormalige echtgenote Toos Brondgeestinfo en hun zoons Floor (20)info en Rodo (16)info in België waren toen de oorlog uitbrak.info In 1942 hoorde hij dat ze in Stuttgart, Duitsland zouden zijn,info maar alle pogingen om hen te vinden mislukten. “Ten einde raad heb ik toen een poging aangewend om als architect naar de Oost Compagnie te komen en dan zodoende met mijn twee zoons in contact te komen.” Hiertoe schreef hij een brief naar deze nationaalsocialistische organisatie in Den Haag, maar toen hij werd verwezen naar de Rijkscommissaris voor de Oekraïne in Rowno (Rivne) ondernam hij geen verdere actie.
Het werk bij Hirsch deed Grimmon op verzoek van de directie en van procuratiehouder Moisius Vogels.info Er was al wel een Duitse Verwalter aangesteld en er werkten NSB-ers, die druk op Grimmon uitoefenden om lid te worden van de NSB (wat hij niet deed) en van het Technisch Gilde (waartoe hij een formulier tekende omdat hij geen ander werk had; hij betaalde geen contributie). Toen medio 1943 een fanatiek nationaalsocialist werd aangesteld die Grimmon wilde verplichten alsnog lid van de NSB te worden nam hij ontslag. De rechtbank constateerde dat Grimmons naam inderdaad niet op de ledenlijst van de NSB voorkwam en Barend van den Nieuwen Amstel,info Grimmons collega en vriend, met wie hij jaren eerder naar Argentinië was gereisd en met Maria Montessori had gewerkt, verklaarde dat een dergelijk lidmaatschap hem ook niet bekend was.
Vogels verklaarde dat de Duitsers na vordering van Hirsch, het gebouw wilden verbouwen. Daarop had de directie van Hirsch aan Grimmon gevraagd om aan te blijven, zodat hij de vernielingen van het gebouw zoveel kon mogelijk tegengaan en de verbouwingen tot een minimum kon beperken.info
Grimmon sprak rustig, constateerde de procureur-fiscaal die het proces verbaal opstelde; hij had wel ‘trekking in zijn gezicht’. Gedoeld werd wellicht op de verlamming in een van zijn mondhoeken, mogelijk een gevolg van de operatie die hij in 1939 had ondergaan.

Het is niet duidelijk of Toos met de kinderen in Stuttgart is geweest, maar daar ziet het niet naar uit. Ook niet duidelijk is in hoeverre Grimmon na de oorlog contact met hen heeft gehad. Het Bevolkingsregister van Amsterdam vermeldt dat Toos in 1938 inderdaad in België woonde, maar ook dat zij in 1939 korte tijd terug was in Amsterdam, waar ze kort stond ingeschreven aan de Volkerakstraat 29. Van daaruit reisde zij in mei – misschien met behulp van haar broers – via Nederlands Indië naar Canada.info
Het proces verbaal werd opgesteld toen Grimmons oudste zoon Floor,info die in de oorlog vanuit Australië actief was voor de luchtmacht, weer terug was in Nederland, getrouwd met een Joods meisje en net vader van een dochter. Twee maanden nadat Grimmon zijn verklaring voor de rechtbank aflegde zou Floor door een vliegtuigongeluk om het leven komen; vier maanden na zijn dood berichtte de rechtbank aan Ad Grimmon geen verdere vervolging te overwegen.info In hetzelfde jaar emigreerden zijn schoondochter met kleinkind naar Amerika; zijn enige nog levende zoon Rodo was met Toos in Canada gebleven. Waarschijnlijk heeft Ad Grimmon hen nooit meer gezien. Andere nakomelingen had hij niet.

In de directe omgeving van Grimmon, evident geen antisemiet, voltrokken zich tijdens de oorlog tal van ingrijpende gebeurtenissen. Een aantal van zijn Joodse opdrachtgevers stierf in een concentratiekamp, anderen lukte het om te vluchten; sommigen van hen kwamen nooit meer terug in Nederland.
Soesman Konijninfo en Julie Prinsinfo uit de De Lairessestraat in Amsterdam stierven in Bergen-Belsen. Max Weil,info die na de Kristallnacht in 1938 vanuit Tilburg actief hulp bood aan Joodse vluchtelingen uit Duitsland, slaagde er met zijn vrouw Jeanne Oppenheimerinfo in om vanuit de Tilburgse Villa Weil via Engeland naar New York te ontkomen, maar Henri Gersonsinfo die ook bij de hulporganisatie was betrokken stierf in Bergen-Belsen.
Jaap Polakinfo en Eefje Alexanderinfo uit Amersfoort vluchtten via Portugal naar de Verenigde Staten; daar voegde hun eveneens gevluchte schoonzus Emilie Parserinfo zich bij hen. Ze woonden er in Middletown (NY).info De jongste zoons Polak, Ernstinfo en Bernardinfo waren door hun ouders al in 1939 naar New York gestuurd, waar Fredinfo al werkte sinds het overlijden van Henri Polak. De drie broers slaagden er in om de fabriek vanaf 1948 vanuit Amerika voort te zetten, maar twee van hen verongelukten korte tijd later: Fred kwam om bij een ongeluk met een lijnvlucht van Amsterdam naar New York, Ernst verongelukte door een lawine.info
Joseph de Leeuw,info directeur van Metz & Co, stierf in Theresienstadt, evenals Jaap Jessurun de Mesquita,info die kunstgeschiedenis studeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn ouders Samuel Jessurun de Mesquitainfo en Betsie Pinedoinfo kwamen om in Auschwitz. Lange tijd is aangenomen dat Jessurun de Mesquita de schilderingen in het Meisjeslyceum aan de Reijnier Vinkeleskade had gemaakt. Ook Hijman de Jonginfo met wie Grimmon aan de Montessorischool werkte, en zijn zoon Simoninfo kwamen in Auschwitz om het leven.
Jacob Baarsinfo had met Grimmon aan de Israëlitische Ziekenhuizen gewerkt; in 1934 bezochten ze samen het grootse jubileumfeest van het Apeldoornsche Bosch waar Baars het Joodse kinderhuis Achisomog had ontworpen. Op 21 januari 1943 werden 1.023 geestelijk gehandicapte Joodse kinderen en hun verplegers door de nazi’s gedeporteerd, ze stierven in Auschwitz. Baars dook onder in Friesland, hij overleefde de oorlog.
Nog dichter bij huis: de grootouders van zijn schoondochter Jetty , Isaac Goudsmitinfo en Marianne Gompersinfo kwamen in 1943 in Auschwitz om; haar ouders Rachel Goudsmitinfo en Henri Woudhuijseninfo vluchtten vanuit Den Haag naar New York.

Grimmons moeder Dorothea Beckers en zijn jongste broer Henk overleden in de oorlog, zijn tweelingbroer Piet een maand na de bevrijding, in het ziekenhuis aan de Gasthuisvest in Haarlem.

© Archief Grimmon

Print Friendly, PDF & Email