Naschrift: Uit beeld geraakt

Ad Grimmon werd 1,758 m. lang, een centimeter kleiner dan zijn tweelingbroer Piet.info Toen hij 10 jaar oud was lag hij bijna een maand in het Binnengasthuis met ernstig hoofdletsel.info Hij werd uitgeloot voor militaire dienst, terwijl ook sprake was van ‘lichamelijke gebreken’.info Hij had diepzwart haarinfo en rookte een pijp.info Als gevolg van een ongeluk begin jaren 30 had hij een scheve neusinfo en in 1939 lag hij een maand in het ziekenhuis voor een operatie.info Hij zou, door een verlamming aan een van zijn mondhoeken, een spraakgebrek hebben gehad;info in 1948 is sprake van ‘trekking’ in zijn gezicht.info
Hij sprak meerdere taleninfo en was zeer goed op de hoogte van moderne en internationale ontwikkelingen. Hij had thuis al telefoon vanaf 1922 en korte tijd later op zijn atelier.info Hij bezat de gehele reeks Bauhaus uitgaven,info een zwartgeverfde stoel van Gerrit Rietveldinfo info en een Plywood Armchair ontworpen door Gerald Summers.info Hij was een van de bekendste particuliere verzamelaars die werk van beeldhouwer Han Wezelaarinfo en hij bezat ook een aantal sculpturen en tekeningen van John Rädecker.info info Hij liet het geld graag rollen; bij de beurskrach in 1929 zou hij een aardig bedrag verloren hebben – mogelijk verdiend met het ontwerp van Villa Weil.info Hij hield van auto’s en bezat, hoogst ongebruikelijk, zeker in 1935 al een auto;info misschien via zijn broer Piet, die als importeur naam maakte in de moderne auto-industrie. Na de oorlog bezat hij een tweepersoons Amerikaanse auto met een linnen kap en ‘dicky seat’, waarmee hij op de boulevard van Scheveningen rondreed.info
Uit verschillende gesprekken komt het beeld naar voren van een rustige en aardige, tevens ambitieuze en wat afstandelijke man met een groot gevoel voor esthetiek.
Op 18 februari 1953 fietste hij, 69 jaar oud, over de Rozengracht in Amsterdam. Ter hoogte van de Rozendwarsstraat zou hij geen voorrang hebben verleend en werd aangereden door een auto; hij raakte ernstig gewond.info Nog geen vier maanden later overleed hij, toch geheel onverwacht, thuis aan het Molenpad.

Ad Grimmon had aan het begin van de 20e eeuw in het centrum van nieuwe stedelijke ontwikkelingen gewerkt; aanvankelijk in de ambachtelijke traditie van de Amsterdamse School waarin hij was opgeleid. Als ‘architect-intérieur’ van de gemeente Amsterdam gaf hij jarenlang leiding aan de afwerking van prestigieuze publieke bouwprojecten. Hij verkeerde in kringen van vooraanstaande kunstenaars en andere ontwerpers en was zeer goed op de hoogte van internationale ontwikkelingen. Onder invloed van moderne bewegingen uit Engeland en vooral de Duits-Oostenrijkse Nieuwe Zakelijkheid werden zijn ontwerpen rationeler. In zijn werk is de omslag van de zware, ambachtelijke traditie van de Amsterdamse School-architectuur naar innovatieve productiemethoden en nieuwe, lichte materialen zoals glas en staal goed afleesbaar. Die omslag is vooral zichtbaar sinds hij voor particuliere, merendeels Joodse ondernemers ging werken die voor de vernieuwingen openstonden. Hij was betrokken bij organisaties die zich hiervoor interesseerden en ontwikkelde zich ook zelf tot een uitgesproken modernist. Hij maakte fraaie, zorgvuldig gedetailleerde ontwerpen waarvoor in vakkringen zeker waardering bestond. Hij werd een bekende ontwerper en een welgesteld man.
Gezien zijn loopbaan, ontwerpen en betrokkenheid bij vele (publieke) bouwprojecten is het wonderlijk dat Grimmon in de vergetelheid is geraakt. Na zijn dood wordt in publicaties zeer summier aandacht aan zijn werk besteed; als dit al gebeurt blijkt de informatie geregeld onjuist te zijn.

Een verklaring kan zijn dat Grimmon vooral interieurs en meubilair ontwierp. Meerdere van de nog bestaande gebouwen waarvoor hij de verbouwing of inrichting ontwierp hebben een monumentenstatus, maar daar is het interieur en het meubilair merendeels verdwenen. Andere gebouwen hebben een nieuwe bestemming waarbij ook niets van het interieur resteert. Het meubilair dat nog te vinden is bij het Amsterdam Museum (plus het portret) is, met uitzondering van de Burgemeestersstoel, sinds de aanschaf opgeslagen in het depot of het staat een beetje onhandig in de gang van Hotel The Grand. De beide kastjes uit de collectie van het Centraal Museum zijn eveneens opgeslagen; deze zijn nog wel geregeld tentoongesteld. Op veilingen duikt zo af en toe meubilair van Grimmon op en in een enkele privécollectie is nog wel iets te vinden; in die gevallen is bij de eigenaar meestal weinig tot niets bekend over de ontwerper. Van de twee gebouwen die Grimmon ontwierp is er een gesloopt (Polak Frutal Works), het andere is gerestaureerd voordat Grimmons betrokkenheid bekend was bij de opdrachtgever (Villa Weil).

Een andere reden zou de berisping van de Eereraad voor Cultuur kunnen zijn die Grimmon na de oorlog kreeg omdat hij zijn lidmaatschap van de BNA niet had opgezegd en daardoor ‘fout’ zou zijn geweest. Dat kan worden betwijfeld. Zestig collega’s waarvan er velen nooit zijn vergeten werden in dezelfde uitspraak van de Eereraad genoemd. Zij ontwierpen vooral gebouwen; die zijn of waren dagelijks in de openbare ruimte te zien. Zware vonnissen werden uitgesproken over architecten die in de oorlogsindustrie hadden gewerkt; daaronder waren architecten die ook nu nog bekend zijn. “Wat de berisping betreft, mijns inziens de lichtste vorm van, je kunt het niet eens straf noemen”, zei Wilma Schuhmacher.info Dat vond ook Claartje Wesselink.info Haar proefschrift Kunstenaars van de Kultuurkamer. Geschiedenis en herinnering biedt interessante inzichten. Mijn vader,info die tijdens de oorlog dwangarbeid verrichte in onder meer Berlijn, merkte hierover op dat na de oorlog alleen over goed of fout werd gesproken. Hij beoordeelde de recenter nuanceringen als belangrijke verrijking voor naoorlogse generaties om de oorlogsjaren beter te kunnen begrijpen.  David Keuning, auteur van het artikel Beeldvorming en reputatieschade. De Eereraad voor Architectuur en Toegepaste Kunstinfo merkte op dat Grimmon, zowel in absolute zin als in vergelijking met de andere architecten die vervolgd werden, nauwelijks iets te verwijten valt.info
Openlijk antinazistische vrienden van Grimmon zoals Fien de la Mar, Piet Grossouw en John Rädecker zetten de vriendschap met hem ononderbroken voort; Grossouw en De la Mar gaven Grimmon direct na de oorlog de opdracht voor hun eigen Theater De la Mar.

Tenslotte ontbrak het aan een archief. Ik vermoed dat dit de belangrijkste reden is voor Grimmons onbekendheid in de afgelopen decennia. Een archief wordt meestal door familie beheerd, maar in dit geval is dat niet gebeurd. Voor zover Grimmons tweede echtgenote Joop van Dijk, met wie hij geen kinderen had, een archief heeft bijgehouden is dit grotendeels versnipperd geraakt en daarmee verloren gegaan.
Het Archief Grimmon is uiteindelijk toch door familie tot stand gekomen, naar aanleiding van persoonlijke herkenning in een portret van 80 jaar oud.

© Archief Grimmon

Print Friendly, PDF & Email