Een licht blijde sfeer

Op het omslag van een nummer van het tijdschrift Het Landhuis uit 1933 is het interieur van een landhuis afgebeeld dat door Grimmon werd ontworpen.info Mogelijk was dit het huis van Dirk Braakman,info directeur van UMS Pastoe, voor wie Grimmon in 1932 een dergelijke opdracht uitvoerde. De locatie van het huis is (nog) onbekend. Het huis werd voorzien van “muisgrijs linoleum, de wanden werden geschilderd in plaats van behangen, er kwam ingebouwd meubilair en voor de ramen verzonken plantenbakken; zeer ongebruikelijk in die tijd.”info In dit huis stonden ook enkele HOPMI stoelen die Grimmon met Herman Mertensinfo maakte voor UMS.

Grimmon richtte in de jaren 1933-1934 in ieder geval ook een ander landhuis in, de enorme Villa Grasheuvel van Jaap en Eefje Polak. In een andere uitgave van Het Landhuis, een jaar later, reageerde Jan Lauweriks zeer enthousiast op de inrichting van een landhuis door Grimmon.info Niet duidelijk wordt welk huis dit betreft, maar Grasheuvel zal het niet zijn; die villa ligt niet aan de drukke autowegen waarover Lauweriks schrijft. Misschien gaat het om het huis van Braakman:

“Een landhuis, ontworpen door de architect A.K. Grimmoninfo Het wezen, het karakter van het landhuis, verschilt in één opzicht duidelijk geheel van zijn broeder in de stad. Is dit laatste een naar de buitenwereld afgesloten organisme, dat zijn bewoners naar de buitenwereld voor al te nieuwsgierige blikken van de buren moet behoeden, van het landhuis is het daarentegen juist de opgaaf de bewoner in een grote mate met de buitenwereld in aanraking te brengen. Dus binnen en buiten, natuur en cultuur voor de bewoner met elkaar te verenigen. Als men buiten woont, ondergaat men niet veel vlugger alleen de indrukken van de natuur, maar men is er ook meer op ingesteld.
De architectonische vormgeving is een gans andere, die niet bij de buitenmuren ophoudt, maar zich in de aanleg van de tuin verder ontwikkelt. Huis en tuin zijn in dit geval een onverbreekbare eenheid, terwijl de aard van het landschap, waarin het huis wordt gebouwd, niet veronachtzaamd mag worden. Het een moet in de vormgeving van het andere overgaan. Er moet verband en harmonie tussen deze twee zo voor het oog zo tegenstrijdige begrippen zijn.
Op welk een ontzettende wijze wordt er in de praktijk tegen de natuur gezondigd! Steeds worden juist in de mooiste streken weer eindeloze dorpen van kleine buitenhuisjes neergezet. Alle natuur wordt uit zo’n streek verbannen, men komt van het ene dorp in het andere.
De hier gereproduceerde foto’s geven fragmenten van een villa weer die onder leiding van de Amsterdamse architect A.K. Grimmon verbouwd is. Deze kunstenaar is het gelukt, met eenvoudige middelen een interieur te scheppen, dat een zeer moderne geest ademt. Om te beginnen zijn alle overtollige versieringen aan kasten, deuren enz. weggelaten. De werking van de kleuren berust op een tegenstelling van wit en zwart, licht en donker. Wat zijn de tijden en begrippen veranderd! Als wij denken aan de eerste meubelen van Berlage of K.P.C. de Bazel, waar in principe nog oude ideeën in een nieuw gewaad werden gestoken, waar getracht werd het ambacht te zuiveren om weer terug te keren tot het handwerk! Waar de wanden van de kamer met kostbare betimmeringen werden bekleed, die wel voornaam waren, maar waar nu juist datgene ontbrak, wat bijv. dit interieur van Grimmon bezit: nl. een licht blijde sfeer. Door een wand van glas valt het volle licht naar binnen, wordt versterkt en teruggekaatst door de witte muur en het wollen beige tapijt op de grond enerzijds, daarentegen wordt het geabsorbeerd door de diepzwarte meubelen. En toch is alles zonneschijn en licht in dit vertrek gebleven. Er is nog een harmonische tegenstelling door de kunstenaar bereikt, die van de zachte soepel stof met de zwarte strakke meubelen en het koude marmer van schoorsteen en vensterbank. Zowel het gordijn als het tapijt zijn van een buitengewone kwaliteit, ontworpen en uitgevoerd door atelier Het Paapje te Voorschoten.
Vooral de derde foto laat de tegenstelling tussen het zachte wollen tapijt, geknoopt met een lange pool, en de glazen plaat van het lage tafeltje duidelijk naar voren komen. Weelderig liggen de woldraden, als een schapenvacht uitgestrekt, grillig naar alle zijden door elkaar. Het glazen tafelblad weerspiegelt een deel van de ruimte en van de natuur buiten, waardoor de ruimte werking nog wordt verhoogd. De zwarte glazen plaat wordt omlijst door een staande zilveren band, die tevens het hout van boven afsluit.
De tweede foto geeft een uitstekende indruk van de grote hoeveelheid licht en zonneschijn, die in dit vertrek valt. Alles is als het ware van licht overgoten en is zelf licht geworden. Wij zien geen hinderlijke penanten of ramen met kruiskozijnen, die het uitzicht belemmeren. Hoe schilderachtig kan een van baksteen opgetrokken muurtje zijn! Een poortje, waarnaast een plant, onderbreken even het muurvlak. Wat een rust ondergaat men, zittend in een fauteuil en hoe ver waant met zich van de drukkende, haastende wereld. Men kan zich dan niet realiseren dat nog geen tien meter achter dit muurtje een der drukste wegen met veel autoverkeer ligt. Grimmon heeft deze indruk van rust op een bijzonder aardige wijze verkregen en zodoende deze door het lawaai onbewoonbare kamer tot een ideaal interieur herschapen.
Het poortje in de muur is laag, klein en niet erg opvallend daar het bedoeld is als doorgang van de straat naar de tuin. Maar wanneer wij, komende van buiten, het poortje openen, zien we een charmant hoekje van de tuin.
De architect Grimmon bewijst met dit binnenhuis, dat men ook in de moderne woninginrichting en een landhuis, zonder de natuur te vergeten, veel kan bereiken.

© Archief Grimmon

Print Friendly, PDF & Email