Landverhuizers

De Argentijnse regering voerde vanaf 1871 een actief beleid om Europese immigranten te werven om de pampa’s te ontginnen (Schwierenga (1998). Maar de immigranten kwamen eind 19e eeuw terecht bij grootgrondbezitters, waar het Zuid-Amerikaanse paradijs niet bleek te bestaan. Toch vertrokken in de jaren 1905 tot 1918 wederom 2200 Nederlanders naar Argentinië, op zoek naar betere economische omstandigheden. Ditmaal waren de reizigers merendeels zakenlieden en kooplui. Piet Grimmon (1883-1945), tweelingbroer van Ad, was een van hen. Hij reisde op 26 april 1910 naar Buenos Aires en richtte er een bedrijf op in elektrotechnische apparatuur. Hij werd een succesvol handelaar, keerde jaren later definitief terug naar Nederland en zou daar steenrijk worden als importeur van onderdelen voor de moderne auto-industrie.

Buenos Aires
Op 5 september 1911 ondernamen ook Ad Grimmon en zijn collega Barend van den Nieuwen Amstel jr. (1883-1957) de reis naar Argentinië. Ze maakten de overtocht met het kolossale stoomschip Frisia, het grootste schip dat in Nederland was gebouwd, op de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen. Het schip was bestemd voor de nieuwe passagiersverbinding op Zuid-Amerika die de Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL) in 1907 had geopend vanuit Amsterdam (De Haas 1998, Smits 2021). Hiermee volgde de KHL de Nederlandsch Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij NASM, die al in 1888 de lijn Rotterdam-Buenos Aires was opgestart.
Grimmon en Van den Nieuwen Amstel reisden tweede klasse met de SS Frisia, vanaf de Oostelijke Handelskade in Amsterdam. Eigenlijk bevatte het driedeks schip alleen een eerste klasse (voor 80 passagiers) en een derde klasse (voor 1160 passagiers); de ‘tweede klasse’ betrof de zogenoemde ‘verbeterde derde klasse’. Op zaterdag 21 oktober 1911 kwam het schip, na zes weken varen, aan in de haven van Buenos Aires.

Sir Edward & Sir Ambrose Poynter
Ad Grimmon had zich uitgeschreven uit het Amsterdamse Bevolkingsregister, en gaf hierbij Piet op als degene bij wie hij in Buenos Aires zou gaan wonen. In hoeverre hij en Van den Nieuwen Amstel van plan zouden zijn geweest om zich daar te oriënteren op mogelijkheden is niet bekend. In zijn curriculum noteerde hij later dat hij als bouwkundig tekenaar aan het werk ging bij ‘Sir Ed. Poynter, architect Zuid-Amerika’, echter hierover is nog de nodige onduidelijkheid.
Sir Edward Poynter (1836-1919) was een Engelse kunstschilder en ontwerper, maar geen architect. Zijn vader Sir Ambrose Poynter was dat wel, evenals zijn zoon Sir Ambrose MacDonald Poynter (1867-1923), ook wel ‘Ambo’ genoemd. Via zijn moeder Lady Agnes MacDonald (1843-1906) was Ambo een neef van schrijver en dichter Rudyard Kipling (1865-1936), auteur van onder meer de verzamelde verhalen en gedichten in The Jungle Book.
Ambo wilde aanvankelijk ook zelf dichter worden, maar hij werd kalligraaf, kunstenaar en architect. Hij deed mee aan de prijsvraag voor een monument in Buenos Aires, een cadeau van de Britse inwoners van de stad ter gelegenheid van de honderdjarige onafhankelijkheid van Argentinië. De inzendingen voor de prijsvraag werden tentoongesteld in de indrukwekkende Salón del Bon Marché, de huidige Galerías Pacífico in Buenos Aires, waar Ambo ook zelf werkte. Hij won de prijsvraag met zijn ontwerp voor een klokkentoren, een soort miniatuur Big Ben; hij moet trots zijn geweest op zijn Torre des Ingleses, met ‘its finest structure of its kind since the fifteenth century’, zoals hij zelf zei (Flanders 2002). Hij bouwde de toren in samenwerking met het Argentijnse architectenbureau Hopkins y Gardom; bouwmaterialen en technisch specialisten werden uit Engeland gehaald. Mogelijk behoorde Grimmon tot dit gezelschap.
De toren werd in 1916 opgeleverd, middenin de Eerste Wereldoorlog. Grimmon en Van den Nieuwen Amstel waren toen al een paar jaar terug in Nederland. Tijdens de Falklandoorlog in 1982 werd de toren gezien als symbool van het Brits-Argentijnse conflict. Als gevolg hiervan probeerden anti-Britse Argentijnen meermaals om de toren op te blazen, die daardoor behoorlijk werd beschadigd. De Torre des Ingleses is eind jaren ’90 volledig gerestaureerd en kreeg de nieuwe, neutrale naam Torre Monumental (Schávelzon, 2009).

Frank Lloyd Wright
Grimmon en Van den Nieuwen Amstel waren in 1913 weer in Nederland; in maart trad Van den Nieuwen Amstel bij een aanbesteding in Noordwijk op namens architect Rob van ‘t Hoff, die toen in Amerika verbleef om architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) te ontmoeten en enkele door hem ontworpen gebouwen te bezoeken.
Grimmon werkte na terugkomst weer bij Gerrit van Arkel. Op 1 juli 1914, een maand voordat WO I uitbrak, was hij getuige van persfotograaf Ad Regoort bij diens huwelijk met Toos Brondgeest in Amsterdam. 
Het Argentijnse avontuur was kennelijk niet geworden wat de architecten ervan hadden verwacht. Van den Nieuwen Amstel maakte er in zijn cv geen melding van; daarop staat dat hij van 1911 tot 1914 bij Van Arkel werkte (Oorthuys 2014). Grimmon noemde zijn Zuid-Amerikaanse verblijf wel, in de aanvraag voor het lidmaatschap van de Bond van Nederlandse Architecten BNA. Daarbij vermeldde hij dat hij in 1919-1911 en in 1913-1914 als bouwkundig tekenaar bij Van Arkel werkte, in de in periode 1911-1913 daartussen, als bouwkundig tekenaar bij ‘Sir Ed. Poynter, architect Zuid-Amerika’ (Grimmon, 1941).

© Archief Grimmon