Bijzondere resultaten en nieuwe ontwikkelingen

Veel van de ogenschijnlijk onsamenhangende documentatie uit de koffer van Ad Grimmon is in de afgelopen jaren overgedragen aan specifieke organisaties of archieven als aanvulling op hun collecties.

Zo gingen Grimmons gerestaureerde aquarellen voor de ideale Montessorischool, gemaakt in samenspraak met Maria Montessori, naar de Association Montessori Internationale (AMI). De internationale architecten die patronen in de montessorischolen onderzochten, maakten dankbaar gebruik van de ontwerpen.

De verzameling kleurstalen, die Ad Grimmon honderd jaar geleden van Nobelprijswinnaar Wilhelm Ostwald ontving, werd overgedragen aan het Atelier van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en vormt een mooie basis voor kleuronderzoek, zoals bij de restauratie van de trouwzaal van het oude stadhuis van Amsterdam. Ook bij de restauratie van meubilair uit het stadhuis kon het Archief Grimmon behulpzaam zijn.
Het Vitra Design Museum kwam speciaal vanuit Weil am Rhein naar Amsterdam om een aan het museum geschonken kinderstoel van Ad Grimmon op te halen.

Eind 2013 kon ik vanuit het Archief Grimmon vaststellen dat Ad Grimmon in 1927-1928 het architectonisch ontwerp maakte voor Villa Weil in Tilburg – aldaar bijgenaamd ‘t Witte Huis. Bij de aanwijzing tot Rijksmonument in 2002 en de restauratie van de villa, tien jaar later, was alleen de naam van fabrieksarchitect en constructeur Otto Triebel bekend.

Bijzonder was in 2021 de aanwijzing van de herenhuizen aan de De Lairessestraat 33-51 tot gemeentelijk monument, waartoe enkele betrokkenen zich in de context van het Grimmon-onderzoek hebben ingespannen. Directe aanleiding voor de monumentenstatus was het uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven, rijk gedecoreerde interieur van woonhuis De Lairessestraat 39. Dit interieur werd in 1916 ontworpen door Ad Grimmon, met bijzonder glas-in-lood, voor Soesman Konijn en Julie Prins. Ad’s vriend John Rädecker maakte er bijzondere houtsculpturen.

Naar hen beiden heeft de gemeente Amsterdam, op voordracht van het Archief Grimmon, twee bruggen vernoemd op Zeeburg: één naar Ad Grimmon en de ander, in het verlengde daarvan, naar John Rädecker, vriend uit zijn jeugd, met wie hij altijd bleef samenwerken. Samen ontsluiten ze de nieuwe buurt Cruquius.

Hiernaast kon het Archief Grimmon de oorspronkelijke locatie van een enorm glas-in-loodraam achterhalen en de tussentijdse verblijfplaatsen reconstrueren. Het raam, dat jarenlang in een kelder was opgeslagen, is te bekijken op de vijfde verdieping van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) aan het Oosterdok, waar het in 2021 werd geplaatst. Twee andere glas-in-loodramen, die Ad indertijd maakte voor het havenkantoor van de Schreierstoren, vond ik terug in een dorp aan de Rijn en droeg ze in augustus 2026 over aan het Amsterdam Museum.

Ook initieerde ik de zoektocht naar de identiteit van alle geportretteerden op de beroemde groepsfoto van het bureau van Ed. Cuypers en diens jonge medewerkers – de latere gangmakers van de Amsterdamse School-architectuur. Dat nam een paar jaar in beslag, maar lukte wonderwel. Bovendien kon ik de gelegenheid achterhalen waarop deze foto werd gemaakt, wat niet eerder was gedaan.
Een andere opmerkelijke ontdekking was dat het portret van Ad Grimmon uit de collectie van het Amsterdam Museum, in 1932 niet door Lafedons Gaarlem uit Haarlem, maar door Heinrich Basedow uit Potsdam is gemaakt. De geportretteerde bleek niet Ad Grimmon te zijn, maar zijn tweelingbroer Piet.

Het Aviodrome werd overtuigd van de eerste ontwerpers van het stationsgebouw op Schiphol, over wie tot dan toe nog altijd onzekerheid was: architect en interieurarchitect Alfred Boeken en Ad Grimmon. De een-op-een replica staat er prachtig bij in Lelystad.

Persoonlijke foto’s gingen naar privécollecties, de website werd genomineerd voor de Geschiedenis Online Prijs 2017, Ad Grimmon prijkte op het omslag van de Amsterdam Kalender 2023 en daarbinnen; later dat jaar stond hij op het programma in het Torpedo Theater. In de Oude Kerk konden zeven 18e-eeuwse graven van zijn (en mijn) voorouders worden aangewezen. Zij zijn tot in de oudste Amsterdamse archieven in een rechte lijn terug te vinden tot in de 17e eeuw, als tabakshandelaren, met adressen aan de Vijzelgracht, Dijkstraat en Egelantiersgracht, en als wijnhandelaren bij de Nieuwe Brug.

De koffer is nog niet leeg, maar het is wel tijd voor een volgende stap. Daarom concentreert het Archief Grimmon zich nu op het hele verhaal en werkt het aan een samenhangende monografie. In de tussentijd is gedetailleerde projectinformatie niet meer beschikbaar op deze website.

@ Archief Grimmon, 22 juli 2026, laatste update 11 augustus 2026

Stoelen van Ad Grimmon uit Soestdijk

Het imposante CollectieCentrum Nederland in Amersfoort beheert een geweldige Rijkscollectie van kunstwerken en kunstnijverheid – waaronder zeven stoelen van Ad Grimmon. Ik kon ze er op 10 maart jl. komen bekijken en had de Haarlemse meubelrestauratoren Janneke Booijink en Barbara Visser meegevraagd. Zij werken op dit moment aan de restauratie van Grimmon’s meubilair uit de Trouwzaal van het voormalige stadhuis van Amsterdam, waarover later meer.

De zeven stoelen betreffen twee ontwerpen: vier stoelen met hoge rug en drie fauteuils met leuningen, alle gemaakt van grenenhout en palissander. De bekleding van de zittingen, oorspronkelijk roze velours (waarschijnlijk Hengelose trijp), werd rond 1960 vervangen door bruin kunstleer. Bij restauratie door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kregen de fauteuils onder de zittingen een vlechtwerk in matpatroon terwijl de stoelen nog zijn voorzien van de oorspronkelijke spiraalveren, vergelijkbaar met die van stoelen van Grimmon uit de jaren ’30.
Het meubilair zou rond 1920 zijn gemaakt, in de tijd dat Grimmon net zoals vele naoorlogse generatiegenoten geïnspireerd raakte door denkbeelden van kunstenaars van De Stijl en het Duitse Bauhaus, met nadruk op minimalisme en functioneel rationalisme. Wie goed kijkt, herkent de invloed van de bekende Rietveldstoel met zichtbare constructie en houtverbindingen in de ontwerpen van Grimmon. Het verenraam is ook in deze context interessant: indertijd werd gezocht naar mogelijkheden om de zitting steeds platter te maken – wat Rietveld al in 1918 tot het uiterste had teruggevoerd tot een houten plank.

 
Foto’s @Archief Grimmon 2026

De stoelen zijn op 19 november 1984 door N. Verwey-Lichtvoet uit Soestdijk geschonken aan de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg, die ze voor 1.500 gulden verzekerde. Of de overdracht een gift betrof vanuit het Koninklijk Paleis, waarmee Ad Grimmon rond de jaren ’20 regelmatig professioneel te maken heeft gehad, dan wel van een inwoner van de gelijknamige buurtschap Soestdijk, is nog niet bekend. Twee van de gerestaureerde fauteuils staan in de kamer van het directiesecretariaat van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort.

@ Archief Grimmon, 15 maart 2026

Glas in lood, Havenkantoor Schreierstoren

In januari vond ik twee bijzonder kleurige, symmetrisch opgebouwde glas-in-loodramen van Ad Grimmon terug in een dorp in de Betuwe. Deze opmerkelijke ramen bevatten het blokjesmotief dat Grimmon vaker gebruikte in zijn werk, het is ook te zien op de vlag van de Bickersschool die hij in 1916 had getekend. Het glas in lood is opgebouwd uit symmetrisch gespiegelde vierhoeken waarvan Grimmons handelsmerk van blokjes integraal deel uitmaakt en ook in een langwerpige variant is toegevoegd. Het harmonieuze kleurenpalet deed mij denken aan dat van de ramen in het trappenhuis van de Krusemanschool, die hij recent had gemaakt. Tot dan toe had ik alleen ontwerpen van Grimmon in primaire kleuren gezien.

Bij de familie die de ramen in bezit had was bekend dat ze afkomstig waren van ‘de schoonzoon van de havenmeester’. Vanuit het Archief Grimmon volgde ik de weg terug. Al in 1917 had de Gemeentelijke Havendienst besloten tot uitbreiding van het havenkantoor, dat vanaf 1835 was gevestigd in de Schreierstoren. Concrete plannen daartoe – indertijd ook al voor een havengebouw aan het IJ – werden niet alleen afgewezen als gevolg van geldgebrek, maar ook na discussie tussen historici en architecten. De historici wonnen en dus bleef het bij een interne verbouwing van de dienstwoning, waar de nieuwe havenmeester Willem van de Poll introk. De verbouwing werd in 1922 opgeleverd met de glas-in-loodramen van Ad Grimmon, die nog altijd als ‘architect-intérieur’ werd ingehuurd door Publieke Werken.

Waar de ramen indertijd precies waren geplaatst is nog niet teruggevonden. Ze kwamen terecht bij Cor Koster – inderdaad schoonzoon van havenmeester Van de Poll – die ook zelf bij de Gemeentelijke Havendienst werkte. Dat was nadat in de jaren ’50 alsnog een nieuw havengebouw langs het IJ werd gebouwd, naar ontwerp van Willem Dudok. Na verhuizing van het havenkantoor naar ‘het nieuwe torengebouw’ bleef de Schreierstoren leegstaan tot een ingrijpende restauratie in 1966, waarbij alle inbouwen werden verwijderd. Koster gaf de ramen en wat overtollig meubilair uit de toren aan een collega van de Gemeentelijke Havendienst, die er één in het bovenlicht van de voordeur van zijn huis in Amstelveen plaatste en het andere in de serre. Correspondentie van diens familie, die de ramen na zijn overlijden had meegenomen en naar meer informatie had gezocht, kwam uiteindelijk terecht bij het Archief Grimmon, waaraan de ramen recent werden overgedragen.

@ Archief Grimmon, 14 februari 2026

Zeven 18e-eeuwse voorouders begraven in de Oude Kerk

De eerste Amsterdamse Grimmons, Jan en Gerard, kwamen aan het begin van de 18e eeuw vanuit Deventer naar Amsterdam. Ze werden vermogende ondernemers met hun wijnhandel bij de Nieuwe Brug en het octrooi voor de beurtvaart naar Lemmer, tegenover gebouw Het Zeeregt aan de ‘Buitenkant’ van de bebouwde stad langs het IJ. Ze begroeven een aantal van hun familieleden in de Oude Kerk; soms ook in de Nieuwe Kerk of elders.

Dat deden ze niet onopgemerkt. Ter oproeping voor de begrafenissen lieten ze telkens de grote klok luiden, die van de Oude Kerk meestal gedurende twee uur en tegen vaste tarieven, maar voor zijn broer Jan betaalde Gerard vier uur klokgelui, wat hem bijna net zoveel kostte als de 15 gulden voor de begrafenis zelf. De familie kon het zich veroorloven, ze behoorden tot de zeer rijke Amsterdamse handelaren in buitenlandse wijnen, uit onder meer Bordeaux, Spanje, Cyprus en Duitsland. Tijdens het lang aanhoudend gelui van de kerkklokken kon men nauwelijks een gesprek voeren in de dichtbevolkte omgeving waar de ruiten bovendien trilden door het gebeier.

Totdat de Burgerlijke Stand naar Frans voorbeeld werd ingevoerd hield de Oude Kerk een eigen kerkelijk begraafregister bij. Daarin zijn de grafnummers vermeld van zeven Grimmons die er in de 18e achttiende eeuw werden begraven; de laatsten van hen in stilte omdat de Fransen de mogelijkheid tot het klokgelui in 1795 hadden afgeschaft.

In de Voetboogkapel (St. Joriskapel):
1739 Catharina Rosalia Pion, echtgenote van Jan Grimmon, grafnummer 24
1754 Geertruij Wanschaar, 2e echtgenote van Gerard Grimmon, grafnummer 68
1783 Gerard Grimmon, grafnummer 5
1797 Judith, Judica Johanna Faij, 1e echtgenote van Gerard Grimmon jr., grafnummer 47

In de Ommegang:
1775 Jan Grimmon, grafnummer 71

In de Noordzij:
1763 Jan Grimmon, zoon van Gerard Grimmon, grafnummer 59
1799 Henricus Grimmon, grafnummer 8

Foto interieur: Oude Kerk Amsterdam

@ Archief Grimmon, 9 februari 2026

Herman Hertzberger en de Montessori-architectuur

Het internationale onderzoek naar Montessori-architectuur van de architecten Benjamin Stähli uit Zwitserland en Steve Lawrence uit Groot-Brittannië, waarvan de eerste resultaten onder de noemer Montessori Architectural Patterns in september 2018 werden gepresenteerd, is in 2023 gepubliceerd in een lijvig, helder en rijk geïllustreerd boekwerk met de titel Montessori Architecture, A Design Instrument for Schools. 

In de tussenliggende jaren mocht het Archief Grimmon op verzoek van de Association Montessori Internationale (AMI) in Amsterdam, enkele malen een toelichting geven op de samenwerking van Ad Grimmon en Barend van den Nieuwen Amstel, die honderd jaar geleden in overleg met Montessori hadden gewerkt aan plannen voor de ideale Montessorischool. Eerder had ik ontwerptekeningen hiervoor aangetroffen in de koffer van Grimmon die ik bij Wilma Schumacher had gevonden en overgedragen aan Carolina Montessori, achterkleindochter van Maria Montessori.

Het boek van Stähli en Lawrence ontving ik afgelopen week van Joke Verheul (AMI), in het jaar na het verdrietige en volkomen onverwachte overlijden van Carolina (1955-2024). De introductie van het boek is van de hand van Herman Hertzberger en geheel in de geest van de filosofie van Montessori. Hij besloot voorwoord met de tekst: ‘Montessori architecture seeks to follow the ideas of Montessori in space and form, but need not to be construed as exclusively Montessorian. It is about all initiatives to reform the traditional school type, their common theme being te development of each childs capacities.’


Montessori Architecture, A Design Instrument for Schools, Benjamin Stähli, Steve Lawrence
Arthur Wasser Foundation, Association Montessori Internationale Amsterdam en Park Books AG, Zürich 2023

Ad maakte de aquarellen in samenspraak met Montessori, die haar ideeën hierin goed zag weergegeven. Ze zijn afgebeeld in de inleiding van het boek. ”The existence of Ad Grimmon’s drawings might never have come to light except that in January 2014, Cilly Jansen, Grimmon’s great niece, discovered a suitcase in the attic of an Amsterdam antiquarian containing some of the watercolour drawings’. Het is fijn dat ze goed terechtgekomen zijn bij de AMI.

© Archief Grimmon, 3 mei 2025

Wilma Schuhmacher (1927-2025)

Net toen ik op zaterdag 18 januari 2025 aankwam op begraafplaats Zorgvlied voor het afscheid van Wilma Schumacher, vertrok daarvandaan het rijtuig met twee koetsiers en vier paarden dat haar hier had gebracht, dwars door de stad vanaf haar antiquariaat aan de Geldersekade 107, Amsterdam. Het was een stille en koude dag, rond het vriespunt, de wielen van het rijtuig ratelden over het pad.
Een paar jaar eerder had ik meermaals met Wilma Schuhmacher gesproken over Ad Grimmon, wiens koffer met documenten zij en haar broer Max sinds 1993 op de zolder van hun antiquariaat hadden bewaard. Ze had Grimmon ontmoet, ze kende zijn werk en ze deelde haar herinneringen met grote precisie. Ze gunde mij de koffer die leidde tot het Archief Grimmon. 

 
Antiquariaat Schuhmacher, Geldersekade 107, foto Archief Grimmon, 15 juli 2024
Wilma Schuhmacher; foto Merijn Doomernik, NRC 7 februari 2025

Bij de begrafenis memoreerden goede vrienden het bijzondere leven en karakter van Wilma Schuhmacher, ze was 97 jaar geworden. Joost Ritman liet weten dat een groot deel van het enorme boekenbezit van het antiquariaat zou worden overgebracht naar de Embassy of the Free Mind in het Huis met de Hoofden, voorheen Ritman Bibliotheek, aan de Keizersgracht 123.
Op 7 februari publiceerde Kester Freriks een mooi portret van Wilma Schuhmacher in NRC, met daarbij een minstens zo mooie portretfoto die Merijn Doomernik eerder van haar had gemaakt.

@ Archief Grimmon, 22 februari 2025

Oorlogsarchief

Op 2 januari 2025 publiceerde het Nationaal Archief de namen van degenen over wie het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging een dossier bevat. Bij de naam van Ad Grimmon is vermeld dat zijn dossier werd ‘afgehandeld’. Ik had zijn dossier al een paar jaar geleden geraadpleegd bij het Nationaal Archief en gelezen dat de rechtbank de verdenking van collaboratie ongegrond had verklaard. Op 2 november 1948 stuurde de Procureur-Fiscaal van het Bijzondere Gerechtshof van Amsterdam een brief aan het hoofd van de PRA (Politieke Recherche Afdeling Amsterdam), waarin hij hem meedeelde dat ten aanzien van A.A.M. Grimmon geen maatregelen voor verdere vervolging werden overwogen.

Indertijd sprak ik hierover met Wilma Schuhmacher, koerierster tijdens de oorlog, en daarnaast met Claartje Wesselink en David Keuning. Wesselink werkte toen aan haar proefschrift over de houding van kunstenaars tijdens de oorlog; haar boek Kunstenaars van de Kultuurkamer, geschiedenis en herinnering verscheen in 2014. Keuning onderzocht de houding van architecten tijdens de oorlog. Hij publiceerde het boek Bouwkunst en de Nieuwe Orde. Collaboratie en berechting van Nederlandse architecten 1940-1950 in 2017. 

@ Archief Grimmon, 4 januari 2025

Glas-in-loodraam voor de Keizersgrachtbibliotheek 1919-1990

Een paar jaar geleden werd een imposant glas-in-loodraam ‘herplaatst’ in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) aan het Oosterdok. Opdrachtgever, inrichting, ontwerper, iconografie, datering, latere oplevering: alles wees er na verder onderzoek op dat het raam voor de eerste Openbare Leeszaal en Bibliotheek aan de Keizersgracht 444-446 in 1919 was gemaakt door Ad Grimmon. Er was echter nergens te vinden waar het raam in dat gebouw oorspronkelijk kon zijn geplaatst. Het is nu bijna niet voorstelbaar hoe verwaarloosd de Amsterdamse binnenstad was toen het grootste deel van de bibliotheek in 1985 van de oude panden aan de Keizersgracht naar de nieuwbouw aan de Prinsengracht verhuisde, maar indertijd was de werkloosheid groot, inwoners en bedrijven verlieten de stad, grachtenpanden verpauperden enorm. Dat veranderde in de jaren ’90, de periode waarin de gemeente de gebouwen verkocht en de Rotterdamse architect C.P. van Heerden een verbouwingsplan voor (de huidige) appartementen maakte in opdracht van de daartoe opgerichte V.O.F. De Witte Keizer.

Om te achterhalen voor welk gebouw het raam oorspronkelijk was gemaakt had ik het spoor terug gevolgd. Het kwam in 2007 in de kelder aan het Oosterdok terecht vanuit de vorige locatie van de bibliotheek aan de Prinsengracht 587. Daar had toenmalig directeur Hans van Velzen een klein bibliotheekmuseum laten bouwen en het raam, dat hij na de verhuizing van de bibliotheek vanuit Keizersgracht 444-446 had meegenomen, als begrenzing van dat museum laten plaatsen, min of meer boven de krantenzaal. Hoewel ik indertijd vaak in de Prinsengrachtbibliotheek kwam kan ik me het raam dat daar jarenlang te zien moet zijn geweest niet herinneren; omdat er weinig licht doorheen kwam moet het nauwelijks zijn opgevallen.

Eind 2024 kreeg ik de gelegenheid om in de panden aan de Keizersgracht te zoeken naar de locatie waarvoor Ad Grimmon het grote, vijfdelige glas-in-loodraam van 390 x 250 cm oorspronkelijk moest hebben gemaakt. De appartementen op nummer 444 (rechts) en 446 (links), in de panden van 28 meter diep, zijn nu verbonden via een centrale entree en lange gang met halverwege een prachtig trappenhuis, dat gezien de vormgeving van de houten leuningen en borstwering dateert uit de verbouwing van 1918, ontworpen en uitgevoerd door Publieke Werken en ingericht en gemeubileerd door ‘architect-intérieur’ Ad Grimmon. Alleen op de eerste verdieping is de bijzondere scheidingswand van helder glas-in-lood, voorheen op alle verdiepingen, nu nog aanwezig; het daglicht valt de kamers er diep binnen. Ook langs de trappen zijn er nog glaswanden – elders in het gebouw zijn deze wanden allemaal verdwenen.

 
Verbouwingen Keizersgracht 444 (rechts) – 446 (links): 1880 Gasbureau, 1918 Dienst der Publieke Werken Amsterdam, 1993 V.O.F. De Witte Keizer.

Ik kon nergens in het pand voldoende ruimte vinden voor een raam van het formaat van dat van Ad Grimmon, maar er was wel documentatie beschikbaar van de verbouwingen in 1880, 1918 en 1993. Daaruit werd duidelijk dat de vertrekken en de beglaasde tussenwanden daarin in 1918 vooral flink opgeknapt waren en verder nauwelijks gewijzigd. De werkelijke ontwerpopgave was het samensmeden van beide panden tot één geheel geweest. De oplossing daarvoor werd gevonden in het verruimen van het trappenhuis van nr. 444 met verbreding van de doorbraak tussen beide panden. Voor toetreding van daglicht en ventilatie kon gebruik worden gemaakt van de ramen in de wand van de lichthof, boven de berging van nr. 446 op de beletage. De zorgvuldige detaillering van trapleuningen, borstweringen en binnenramen langs de trappen maakten het trappenhuis het indrukwekkende en rustige hart van het geheel, waarvoor indertijd zoveel waardering was geweest. Het grote glas-in-loodraam van Ad Grimmon kwam in 1919 in de plaats van de oude ramen aan de lichthof op de eerste verdieping – boven de bel-etage met de kamer van de directeur, tevens bibliothecaris, aan de gracht.

Bij de verbouwing in 1993 zijn de verdiepingen op nr. 446 gesplitst in rug aan rug appartementen, met voldoende daglicht aan de voor- dan wel achterzijde. Hierdoor werd de functie van de lichthof minder essentieel en kon de verdiepingsvloer van het appartement aan de achterzijde van het gebouw op de eerste verdieping over de lichthof worden doorgetrokken en voorzien van een nieuwe entree met een simpele, kleine toegangsdeur zonder lijstwerk. Dat was mogelijk nadat het raam, dat in 1919 was toegevoegd, weer was verwijderd – en overgebracht naar de nieuwe Prinsengrachtbibliotheek. Sindsdien valt daglicht in het trappenhuis via de koepel die op het dak werd toegevoegd.


Verhuizing bibliotheek, foto afkomstig uit een afscheidsboek van de oude bibliotheek in 1990

Nu de bouwkundige ontwikkeling van de panden duidelijk was geworden en ik het interieur had kunnen bekijken drong tot me door dat ik al jarenlang een foto had waarop ik de locatie van het raam van Ad Grimmon had kunnen zien, maar niet had herkend. De foto is gemaakt in 1985, tijdens de verhuizing van de bibliotheek van de Keizersgracht naar de Prinsengracht, aan de andere kant van het binnenterrein. Op deze foto zijn de vier onderste delen van het raam tegenover de trap te zien, ze hebben het juiste formaat en de onderdelen hebben de juiste verhouding ten opzichte van elkaar. Ook de beide kozijnen, met handgrepen om ze te openen naar de lichthof, zijn zichtbaar; hierdoor kwam behalve licht ook frisse lucht in het trappenhuis. De bibliotheek is in 1985 niet in één keer verhuisd; er bleven nog enkele afdelingen achter tot ook zij naar de Prinsengracht overgingen. Het raam is pas in 1990 uit het kozijn gesloopt, het zal een gat van enkele vierkante meters in de wand hebben achtergelaten en vermoedelijk als laatste naar de overkant zijn gebracht.

Het raam was een bijzondere toevoeging aan het gebouw aan de Keizersgracht, het maakte indruk; een oud-OBA medewerkster herinnerde zich ruim dertig jaar nadien nog ‘hoe de uil naar haar keek als ze in de Keizersgracht 444 de trap op liep’.


Rechts: impressie van het raam op de plaats waarvoor het was gemaakt

Het raam is door de jaren heen bewaard gebleven en steeds als bijzonder herkend. Glazenier Nico Hafkamp die het in 2021 herstelde, had iets dergelijks ook niet eerder gezien. Hij noemde de fragiele panelen bijzonder kwetsbaar en was sporen van eerdere restauraties tegengekomen. De kozijnen, oorspronkelijk wit, in de Prinsengrachttijd oker en later hardblauw geschilderd, zijn bij de restauratie ‘Amsterdams groen’ geworden in contrast met het nieuwe kader.
Sinds november 2021 is het raam permanent opgesteld op de vijfde verdieping van de OBA, waar het in een vrijstaand frame is geplaatst tegen een verlichte witte achtergrond. Net als indertijd waren de middelen van de bibliotheek ook nu beperkt en bleek het lastig om een oplossing te vinden waarbij de prachtige, nog altijd heldere kleuren optimaal tot hun recht komen in daglicht.


Opstelling van het raam op de vijfde verdieping van de OBA, sinds 2021

@ Archief Grimmon, 22 november 2024, update 6 december 2024

De Ad Grimmonbrug en de John Rädeckerbrug

Een jaar geleden werd het Archief Grimmon verrast door het bericht van de makers van de Amsterdamkalender, dat in de editie 2023 een pagina aan Ad Grimmon en het Archief zou worden gewijd – op zijn geboortedag 28 september. Het portret van zijn tweelingbroer Piet Grimmon prijkte op de cover. In februari dit jaar volgde de uitnodiging om meer te vertellen over het Grimmon-onderzoek bij de eerste ‘Amsterdamkalender Live‘ voorstelling, die plaatsvond in het bijzondere Torpedotheater.

Vandaag, 29 september 2023, bleek de kalender nog een verrassing te bevatten. Op de pagina ná de 140e geboortedag van Ad en Piet Grimmon is aandacht voor recenter ontwikkelingen: de vernoeming van twee bruggen die in elkaars verlengde liggen in de Van Lohuizenlaan in Amsterdam Oost. Op initiatief van het Archief Grimmon (Cilly Jansen) werden de bruggen vernoemd naar Ad Grimmon (in 2017) en zijn jeugdvriend John Rädecker (in 2020).

De samenstellers van de Amsterdamkalender zijn er nu voor de vijfde keer in geslaagd om een editie van de scheurkalender uit te brengen, met elke dag een nieuw verhaaltje over de stad. De Amsterdamkalender 2024 wordt op 17 oktober gepresenteerd in het Torpedotheater. 

@ Archief Grimmon, 29 september 2023

De Wet van kleurharmonie

Uit het archief van de Arnhemse architect Chris Cramer mocht het Archief Grimmon deel C van de Farbenharmoniesucher ontvangen. Deze bijzondere ‘kleurharmoniezoeker’ uit 1925 biedt praktische hulp bij de toepassing van de kleurentheorie van prof. Wilhelm Ostwald uit Riga, Nobelprijswinnaar Chemie in 1906, met wie Ad Grimmon nauw contact onderhield over de normalisatie van kleuren.

“Door de kleurentheorie van Ostwald beschikken we over een wetenschappelijk onderbouwde wetmatige rangschikking van kleuren volgens hun gehalte aan wit, zwart en full colour en daarmee de meetbaarheid en waardebepaling (standaardisatie) van de kleuren. De kleurentheorie van Ostwald geeft ons dus de Wet van kleurharmonie in handen en beschrijft alle kleuren met waarden op gelijke afstand van elkaar als harmonieus”, aldus Franz Illgner, leraar boekdrukken uit Dresden, die hierover een reeks publicaties samenstelde (Deutschen Reichs-Gebrauchsmuster (patent) Nr. 838796).
Voor het vinden van harmoniërende kleuren stelde Ostwald een aantal regels op binnen zijn 24-delige kleurencirkel. De Farbenharmoniesucher bevat roterende geperforeerde schijfjes waarmee, door het draaien daarvan, harmonieuze kleurakkoorden in twee, drie of vier tonen over de kleurencirkel van Ostwald kunnen worden afgelezen.

De publicatie uit het archief van de Arnhemse architect Chris Cramer (1913-1975) betreft Sucher C, uit 1925; dit was de derde ‘kleurenzoeker’ uit de reeks die Illger ontwierp voor de N.V. Wilhelm Ostwald Farben, Berlijn. In 1924 waren twee eerdere uitgaven verschenen: de Farbenharmoniesucher en de Farbenharmoniesucher B. Dit tweede deel is te vinden in de collectie van het Rijksmuseum.

@ Archief Grimmon, 15 september 2023