Zeven 18e-eeuwse voorouders begraven in de Oude Kerk

De eerste Amsterdamse Grimmons, Jan en Gerard, kwamen aan het begin van de 18e eeuw vanuit Deventer naar Amsterdam. Ze werden vermogende ondernemers met hun wijnhandel bij de Nieuwe Brug en het octrooi voor de beurtvaart naar Lemmer, tegenover gebouw Het Zeeregt aan de ‘Buitenkant’ van de bebouwde stad langs het IJ. Ze begroeven een aantal van hun familieleden in de Oude Kerk; soms ook in de Nieuwe Kerk of elders.

Dat deden ze niet onopgemerkt. Ter oproeping voor de begrafenissen lieten ze telkens de grote klok luiden, die van de Oude Kerk meestal gedurende twee uur en tegen vaste tarieven, maar voor zijn broer Jan betaalde Gerard vier uur klokgelui, wat hem bijna net zoveel kostte als de 15 gulden voor de begrafenis zelf. De familie kon het zich veroorloven, ze behoorden tot de zeer rijke Amsterdamse handelaren in buitenlandse wijnen, uit onder meer Bordeaux, Spanje, Cyprus en Duitsland. Tijdens het lang aanhoudend gelui van de kerkklokken kon men nauwelijks een gesprek voeren in de dichtbevolkte omgeving waar de ruiten bovendien trilden door het gebeier.

Totdat de Burgerlijke Stand naar Frans voorbeeld werd ingevoerd hield de Oude Kerk een eigen kerkelijk begraafregister bij. Daarin zijn de grafnummers vermeld van zeven Grimmons die er in de 18e achttiende eeuw werden begraven; de laatsten van hen in stilte omdat de Fransen de mogelijkheid tot het klokgelui in 1795 hadden afgeschaft.

In de Voetboogkapel (St. Joriskapel):
1739 Catharina Rosalia Pion, echtgenote van Jan Grimmon, grafnummer 24
1754 Geertruij Wanschaar, 2e echtgenote van Gerard Grimmon, grafnummer 68
1783 Gerard Grimmon, grafnummer 5
1797 Judith, Judica Johanna Faij, 1e echtgenote van Gerard Grimmon jr., grafnummer 47

In de Ommegang:
1775 Jan Grimmon, grafnummer 71

In de Noordzij:
1763 Jan Grimmon, zoon van Gerard Grimmon, grafnummer 59
1799 Henricus Grimmon, grafnummer 8

Foto interieur: Oude Kerk Amsterdam

@ Archief Grimmon, 9 februari 2026